Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dergelijke sera o. a. in het diptherieserum komen stoffen voor, die den naam dragen van antilichamen.

Wanneer men het diphtherieserum inspuit bij een aan diphtherie lijdend kind, dan verbinden deze antilichamen zich met het vergift, dat de diphtheriebacillen aan het lichaam van het kind hebben afgegeven, tot een onschadelijke stof.

Het vergift, dat het kind ziek maakte, is alsdan geneutraliseerd en herstel kan dan intreden.

Ter verkrijging van een ander, om zijn gunstige werking bekend serum, namelijk dat, hetwelk tegen de vlekziekte der varkens wordt aangewend, worden de paarden, die dit serum moeten leveren niet ingespoten met het vergift der in bouillon gekweekte vlekziektebacillen, maar met de in dezen bouillon gekweekte bacillen zelf.

Het serum van zulke herhaalde malen ingespoten paarden is dan een geneesmiddel geworden tegen de vlekziekte der varkens.

Wanneer men de varkens met dit serum inspuit, verliezen de vlekziektebacillen die de oorzaak der ziekte zijn, het vermogen in het varken te groeien en daardoor kan de ziekte bij het varken zich niet meer ontwikkelen, terwijl het daarmede ingespoten zieke varken kan genezen.

De stoffen, die in deze geneeskrachtige sera aanwezig zijn, worden gevormd in bepaalde microscopisch kleine cellen, die in het lichaam van menschen en dieren aanwezig zijn.

Deze cellen in het lichaam van het paard, dat o.a. herhaalde malen ingespoten is met de gekweekte vlekziekte-bacillen, vormen nu deze geneeskrachtige antilichamen.

Men zal zich afvragen, hoe is het mogelijk, dat het paard kan vormen een geneesmiddel b.v. tegen tetanus, tegen diphtherie of tegen de vlekziekte, al naar gelang het paard, dat dit serum moet leveren is ingespoten met het gift der kunstmatig gekweekte diphtherie- of tetanusbacillen of eventueel met de bacillen van de vlekziekte der varkens.

Ter verklaring van dit verschijnsel heeft EHRLICH een theorie ontwikkeld.

Volgens deze theorie spelen de genoemde cellen een belangrijke rol bij de voeding respectievelijk bij de stofwisseling van mensch en dier, waarbij bepaalde bestanddeelen dezer cellen, welke bestanddeelen door EHRLICH receptoren (vangarmen) genoemd worden, zich verbinden met de voedende bestanddeelen b.v. met de toegevoerde suiker en na deze suiker verwerkt te hebben worden de bestanddeelen, die voor voeding gediend hebben weder door de cel afgegeven.

Dit verbinden met voedende bestanddeelen en afgeven der verbruikte stoffen worden bestempeld met den naam van assimilatie en dissimilatie.

Bij deze functie blijven de cellen volkomen gezond.

Wanneer evenwel vergiften van bacteriën met deze cellen in aanraking komen, dan willen de cellen ook deze vergiften als voedsel gebruiken, maar dit

Sluiten