Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om tegenover onwilligen maatregelen desnoods met dwang door te zetten: al deze factoren moeten de particuliere bestrijding wel tot mislukking doemen. Daarentegen treft men geen der evengenoemde bezwaren bij bestrijding van Staatswege aan en ook daarom mag de Staat in deze voor het particulier initiatief het veld niet ruimen.

Een andere factor, die de bestrijding van Staatswege gewenscht doet zijn, houdt met den buitenlandschen handel verband. Reeds hierboven werd op de taak gewezen, die het Nederlandsche vee en de Nederlandsche zuivelproducten in dien handel vervullen. Het is een nationaal belang, dat de in het buitenland verworven naam niet te loor gaat, doch om dezen naam hoog te houden is het een volstrekt vereischte, dat in het buitenland de ernstige overtuiging blijft bestaan, dat de bestrijding van het mond- en klauwzeer hier te lande op krachtdadige en doeltreffende wijze geschiedt en dus in kundige, veilige handen berust. Daarvoor zal ook alleen bij bestrijding van Staatswege een afdoende waarborg worden gegeven.

Bestrijding van Staatswege sluit niet uit medewerking aan de bestrijding door de belanghebbenden zeiven. Integendeel, deze medewerking acht de Staatscommissie een onmisbaar vereischte, om de bestrijding zoo deugdelijk mogelijk te doen zijn en in hoofdstuk V zal dan ook na de ontwikkeling van het door de Staatscommissie wenschelijk geachte bestrijdingssysteem, meer uitvoerig worden behandeld, welke actieve taak door de belanghebbenden zeiven bij de toepassing van dat systeem ware te vervullen.

Het beginsel der samenwerking tusschen het veeartsenijkundig Staatstoezicht en de veehouders, zal in de wettelijke regeling beter tot uitdrukking moeten komen. De veehouders zullen moeten worden opgewekt tot deelneming aan de bestrijding. De leiding van de bestrijding zal daarbij in handen van de overheid moeten berusten.

Besef voor de gemeenschapsbelangen zal bij de veehouders meer moeten worden aangekweekt. Ieder veehouder leere zijn vee beschouwen als onderdeel van den nationalen veestapel. Hij gevoele het nut van de verzorging van zijn vee niet slechts in het enge kader van zijn individueele belangen, doch hij leere deze individueele belangen zien in het breedere raam van en ondergeschikt aan het belang van de gemeenschap. Daaruit zal voor den veehouder het besef voortspruiten, dat de zorg voor zijn eigen vee hem niet slechts tegenover zichzelf en zijn gezin, doch tegenover de gemeenschap eene verantwoordelijkheid oplegt, die hem eenerzijds verbiedt zich aan de naleving van de in het belang van den veestapel in het leven geroepen wetten te onttrekken en hem anderzijds tot plicht stelt, waar de Staat hem daartoe roept, zijne beste krachten aan de bestrijding van den veestapel bedreigende ziekten te geven.

Medewerking der belanghebbenden aan de bestrijding.

Sluiten