Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

Dc noodzakelijkheid van een nader wetenschappelijk onderzoek van het mond- en klauwzeer en zqne verschillende eigenschappen en de taak der Regeering te dien aanzien»

In dit hoofdstuk zal vraagpunt 2 van de aan de Staatscommissie gegeven opdracht worden behandeld. Bedoeld vraagpunt luidt:

»Is het voor de bestrijding en de genezing van het mond- en klauwzeer »noodzakelijk, dat een nader onderzoek wordt ingesteld naar de ziekte en hare >verschillende eigenschappen?

»Zoo ja, op welke wijze moet dit onderzoek plaats vinden en hoe kan de »Regeering daaraan bevorderlijk zijn?»

Reeds kort na de terhandneming van hare werkzaamheden heeft de Staatscommissie het raadzaam geacht ter zake van de wenschelijkheid van een onderzoek als in voormeld vraagpunt bedoeld, het navolgende schrijven tot den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel te richten:

's-Gravenhage, ii Juli 1919.

»De Staatscommissie inzake mond- en klauwzeer heeft de eer het volgende »onder de aandacht van Uwe Excellentie te brengen.

>Voor een afdoende, deugdelijke bestrijding van het mond- en klauwzeer »ontbreekt een diep inzicht in den aard en het wezen der smetstof.

>Wij weten van deze smetstof, dat ze niet is een gewone bacterie, noch »protozoö, zooals wij die als oorzaak van verschillende veeziekten tot nu toe .kennen; wij weten dat de smetstof filtreerbaar en ultravisibel is, maar overigens »is er al zeer weinig zekers van bekend.

.Zeer gewenscht zou het zijn, wanneer men er in kon slagen de smetstof .kunstmatig te kweeken en haar zichtbaar te maken, dan toch zou een doeltreffende .bestrijding daarop gebaseerd kunnen worden. Onderzoekingen daaromtrent zijn »zeer noodig.

Sluiten