Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Zeeuwsch-Vlaanderen is de toestand anders. In alle grensgemeenten wordt weiland aan weerszijden van de grenzen aangetroffen, in de eene gemeente meer, in de andere minder, maar grensbeweiding vindt overal plaats.

Ook beakkering van grenslanderijen met buitenlandsch rundvee komt voor, b.v. in Zeeuwsch-Vlaanderen en Limburg. Het is wel geschied, dat de betrokken districts-veearts in 't noordelijk deel van laatstgenoemde provincie op één dag voor den invoer een 150-tal ossen keurde, die voor landbewerking werden gebruikt en dagelijks heen en weer trokken.

Invoer van mest heeft in verschillende grensstreken eveneens plaats.

Aan welke regelen is nu bovenbedoeld grensverkeer onderworpen} De hierboven reeds vermelde in- en doorvoerverboden van de Koninklijke besluiten van 8 December 1870 S. 194 en 14 Augustus 1888 S. 142, treffen uit den aard der zaak ook bovengenoemd grensverkeer. Eene beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 17 October 1899 nr. 59*9. afd. Landbouw dragende den titel van: .Regelen, waarnaar ten behoeve van den invoer van vee en .mest ter beweiding, beakkering en bemesting van grenslanderijen, afwijking wordt .toegestaan van de Koninklijke besluiten van 8 December 1870 (S. 194) en .van 14 Augustus 1888 (S. 142)» en in het vervolg kortweg aangehaald als ^Regelen 1899* behelst de voorzieningen, overeenkomstig welke bedoeld grensverkeer wordt toegelaten.

Art. 1 geeft door eene omschrijving van het begrip «grenslanderijen* te verstaan, welk gebied door de Regelen wordt getroffen. Daaruit blijkt dat zij betreffen : de bouw- en weilanden in grensgemeenten en bwëndien de bouw- en weilanden in Nederland, welke niet in grensgemeenten, doch wel binnen eene uitgestrektheid van 5 kilometers van de greni»»jn gelegen.

De Regelen 1899 staan nu onder verschillende voorwaarden toe:

10. Invoer van vee ter beweiding of beakkering van grenslanderijen in Nederland ingevolge vergunning van den Commissaris der Koningin. (Artt. 3 9)-

2». Terugvoer van vee, dat ter beweiding of beakkering van grenslanderijen in België of Duitschland is uitgevoerd en invoer van dieren, gedurende het laatste jaar in België of Luitschland geboren uit evenbedoeld uitgevoerd vee. een en ander eveneens ingevolge vergunning van den Commissaris der Koningin. (Art. 10, lid i>

3». Terugvoer als sub 2°. bedoeld zonder de onder 2°. genoemde vergunning, doch onder inachtneming van verschillende bepalingen, beoogende voorzorg tegen overbrenging van besmetting. (Art. 10 lid 2—art. 15).

40. Invoer van mest ter bemesting van grenslanderijen in Nederland ingevolge, vergunning van den Commissaris der Koningin.

Tot recht verstand van de zaak moet inmiddels worden opgemerkt, dat

Sluiten