Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»of wel in een mestput of op hoopen, bedekt met een aardlaag van tenminste »io c.M. geplaatst worde en dat bij bemesting van weiland daarop gedurende »I4 dagen geen vee worde toegelaten».

In 1915 is bij de reeds eerder genoemde beschikking van den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel bepaald, dat de bij de zooeven geciteerde regeling van 1913 bedoelde afwijking uitsluitend wordt toegestaan ten aanzien van mest ter bemesting van bouwlanden.

Met het bovenstaande is de rechtstoestand met betrekking tot het onderwerpelijk grensverkeer nog niet volledig weergegeven. Er bestaan n.1. in verschillende grenstractaten bepalingen, welke aan landbouwers, wier eigendommen door de landsgrenzen worden doorsneden, ten aanzien van het grensverkeer bijzondere faciliteiten verleenen.

De aanleiding daartoe moet worden gezocht in de omstandigheid, dat de territoriale wijzigingen, welke de grenstractaten bezegelden, de oorzaak konden zijn, dat aan éénzelfden eigenaar toebehoorende gronden te voren van één land deel uitmakend, in het vervolg door de grens zouden worden gescheiden, zoodat de grens een barrière in het bedrijf werd, waaruit voor de betrokken bezitters nadeelen konden voortvloeien, welke de toekenning van bedoelde faciliteiten dan zooveel mogelijk beoogde te keeren.

Voor Nederland is van belang, wat Duitschland betreft:

10. art. 33 van het grenstractaat tusschen Nederland en Pruisen, gesloten te Aken, op 26 Juni 1816 (S. 10 van 1850);

2°. art. 37 van het grenstractaat tusschen Nederland en Pruisen, gesloten te Kleef, op 7 Oct. 1816 (S. 10 van 1850);

30. art. 7 van het grenstractaat tusschen Nederland en Hannover, gesloten te Meppen, op 2 Juli 1824 (S. 54 van 1846);

wat België betreft:

art. 19 van het tractaat van Londen, van 19 April 1839 (S. 26) en art. 37 van het tractaat van Maastricht, van 8 Augustus 1843 (S, 12 van 1844), welke beide artikelen o. m. uitdrukkelijk van toepassing verklaren art. 20 van het grenstractaat tusschen Oostenrijk en Rusland, 21 April/3 Mei 1815 gesloten.

Het zooeven genoemd art. 20 van het grenstractaat tusschen Oostenrijk en Rusland luidt in de vertaling, welke art. 37 van het tractaat van Maastricht geeft:

»De eigenaren, wier bezittingen door de grenslijn doorsneden zijn, zullen, >met betrekking tot gemelde bezittingen, volgens de meest vrijgevige beginselen «behandeld worden.

»Deze gemengde eigenaren, hunne dienstboden, en de inwoners zullen het

Sluiten