Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Personenverkeer.

van dat verbod wordt verleend. Eventueel met ontheffing uit te voeren zaxen moeten natuurlijk vóóraf grondig ontsmet worden.

Art. 24 lid 2 der Veewet 1920 brengt naar de meening der Staatscommissie terecht de bevoegdheid tot dispensatieverleening over van den Commissaris der Koningin op den Burgemeester, welke laatste dan op advies van het districtshoofd van den veeartsenijkundigen dienst (thans districtsveearts) heeft te beslissen.

Overigens ware art. 24 lid 1 overeenkomstig het bovenstaande te herzien.

De isolatie is uit den aard der zaak slechts volmaakt, indien alle verkeer tusschen het geisoleerd terrein en de omgeving, zoowel van goederen als van personen wordt afgebroken. Practisch is dit evenwel bijkans niet te verwezenlijken. Reeds ten behoeve van de voeding en geneeskundige verzorging zal eenig verkeer niet ontbeerd kunnen worden en verschillende andere dringende oorzaken zijn denkbaar.

Het personenverkeer wordt echter thans door geene enkele beperking getroffen en naar het oordeel der Staatscommissie zoude wijziging hierin, althans voor de periode dat de isolatie ter ondersteuning van het afmaken geschiedt en de bestrijding dus met de grootste kracht wordt gevoerd, ernstig overweging verdienen. Dan zoude in toepassing gebracht moeten worden de z.g. *Hausbann«, welke door Prof. HESS uit Bern werd voorgestaan in een praeadvies, uitgebracht voor het in 1914 te Londen gehouden (aangevangen doch in verband met den oorlog onderbroken) Internationaal Veeartsenijkundig Congres.

Voor zoover personenverkeer plaats heeft, mogen maatregelen tegen smetstofoverbrenging niet ontbreken. Terecht bepaalt dan ook art. 25 der Veewet 1920: »Het is verboden gebouwen of terreinen, waar een kenteeken is geplaatst, te «verlaten, dan na toepassing van de bij algemeenen maatregel van bestuur voorsgeschreven maatregelen van ontsmetting«.

In verband met de regeling van dit punt in lid 4 van art. 29 der Veewet 1870, alwaar de ontsmetting tot de kleederen van de personen, die het terrein verlaten, wordt beperkt, worde hierbij nog opgemerkt, dat eene tweeledige aanvulling van dit voorschrift aan de Staatscommissie noodzakelijk voorkomt. Vooreerst moet h.i. ter vervanging van ontsmetting der kleeren, verwisseling der bovenkleeding toegestaan zijn, welke laatste handeling, als zij behoorlijk ten genoegen van den districtsveearts geschiedt, geacht mag worden voldoenden waarborg tegen besmetting te geven. In de tweede plaats moet ook de ontsmetting van de personen zeiven naast de ontsmetting der kleeren tot eisch gesteld worden.

Vastleggen en opsluiten Het is ten behoeve van de bestrijding gewenscht, dat de bevoegdheid be-

van huisdieren. staat de vastlegging of opsluiting van alle levende have, dus ook van honden,

Sluiten