Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

!

Beëindiging der isolatie.

rorm van een mijt of hoop. Na één week bereikt de temperatuur dan haar hoogtepunt (± 70 ° C), om daarna langzaam te dalen. Aangezien het mond- en klauwreervirus bij 50» C. in 12 uren zeker gedood wordt, kan als vaststaande worden aangenomen, dat een verblijf van één week in een broeiende mesthoop voldoende is, om het virus onschadelijk te doen worden.

In de praktijk zullen mesthoopen als bovenbedoeld natuurlijk niet overal kunnen worden gevormd.

§ 3 van het Ontsmettingsregulatief bepaalt thans:

>Het onschadelijk maken van mestvaalten geschiedt bij voorkeur door den «mest naar bouwland te vervoeren en onmiddelijk onder te ploegen, of anders >door overgieten met sublimaatwatér of carbolwater of bestrooien met een laag «chloorkalk of gebrande kalk.*

Tegen de eerste methode, het vervoeren naar en onderploegen in bouwland bestaat naar de meening der Staatscommissie geen bezwaar. Zij kan echter niet worden toegepast op boerderijen, waarbij geen bouwland aanwezig is. Volkomen afdoende kan dan de tweede methode, de overgieting met sublimaat- of carbolwater of het bestrooien met chloorkalk of gebrande kalk niet worden geacht. Er doen zich bij deze laatste methode bovendien ook wel groote moeilijkheden voor, b.v. in geval de boerderij op het bewaren van mest niet is ingericht, nog daargelaten de vraag, of deze methode niet het bezwaar heeft, dat de bemestende kracht door bestrooiing met chloorkalk of gebrande kalk te niet wordt gedaan.

Eene alle gevallen omvattende regeling is dan ook bezwaarlijk aan te geven. De Staatscommissie meent daarom, dat als beginsel voorop moet staan, dat de mest worde bewaard ter plaatse waar zij is. Is die bewaring niet mogelijk, dan worde de districtsveearts bevoegd verklaard deze aangelegenheid te regelen, doch vtrvotr van mest blijve alsdan zooveel mogelijk vermeden.

Voor de behandeling van gestorven vee geldt hetzelfde als op blz. 98 en vlg. ten aanzien van de cadavers van afgemaakt ziek vee is opgemerkt.

Op blz. 81 is reeds betoogd, dat niet-voortzetting der afmaking allerminst het sein mag zijn ook andere maatregelen van bestrijding te staken. Bij de behandeling van de eischen, waaraan de isolatie moet voldoen, is zooeven dan ook een enkele maal (b.v. bij de aanwending van serum enz. en bij de opzettelijke besmetting) van de veronderstelling uitgegaan, dat werd geisoleerd zonder gelijktijdige afmaking. Ook bestond reeds op blz. 78 gelegenheid er op te wijzen, dat het vraagstuk van het juiste tijdstip der beëindiging van de isolatie groote moeilijkheden in zich heeft, tengevolge van het groote gevaar, hetwelk kortdurende en chronische smetstofdragers voor verspreiding van smetstof opleveren.

Het is bekend, dat art. 38 lid 1 van het Koninklijk besluit van 10 Juli

Sluiten