Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. bewezen misleiding bij het aangaan der overeenkomst, mishandeling door den werkgever of zijn met het toezicht belast personeel en andere gewichtige redenen, die naar het oordeel van den arbiter tot ontbinding aanleiding behooren te geven;

b. wanneer de werkgever den arbeider, diens familieleden of huisgenooten mishandelt, grovelijk beleedigt of op ernstige wijze bedreigt.

c. wanneer hij den arbeider, diens familieleden of huisgenooten verleidt of tracht te verleiden tot handelingen, strijdig met de wetten of de goede zeden.

d. wanneer hij het loon niet op den bepaalden tijd voldoet;

e. wanneer hij op andere wijze grovelijk de plichten veronachtzaamt, welke de overeenkomst hem oplegt;

f. wanneer de arbeider door ziekte of andere oorzaken zonder zijn toedoen buiten staat geraakt den bedongen arbeid te verrichten.

3. Bij ontbinding der overeenkomst op den voet van dit artikel zal aan de klagende partij geenerlei vergoeding verschuldigd zijn.

Artikel 24.

De arbeider kan de overeenkomst met inachtneming van een termijn van vier maanden door opzegging doen beëindigen met dien verstande, dat de arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd tenzij de arbeider, die bij den werkgever volgens een reengagements contract in dienst is, vooraf aan den werkgever het voorschot voldoet en de arbeider, die bij den werkgever, volgens een immigratie contract in dienst is, vooraf aan den werkgever het voorschot benevens een evenredig deel van de immigratie kosten voldoet, waarvan het bedrag telken jare door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur wordt vastgesteld.

Artikel 25.

Het aanmoedigen tot niet-naleving van arbeidsovereenkomsten of het begunstigen daarvan door het verleenen van huisvesting aan of het in dienst nemen van een arbeider, die niet door een behoorlijk ingevulden ontslagbrief of door een van wege het bestuur aan hem uitgereikt schriftuur heeft bewezen geheel vrij te zijn van dienstverplichtingen tegenover anderen wordt, elke overtreding op zich zelve, gestraft voor zoover Europeanen of met dezen gelijkgestelden betreft, met een geldboete van ten hoogste f200.— (twee honderd gulden) of gevangenisstraf van ten hoogste één maand en, voor zoover Inlanders of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste f50.— (vijftig gulden) of ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.

Artikel 26.

(1) . Elke willekeurige inbreuk op de arbeidsovereenkomst wordt gestraft:

aan den kant van den werkgever met een geldboete van ten hoogste f100. (één

honderd gulden);

aan den kant van den arbeider met een geldboete van ten hoogste f50.— (vijftig gulden) of ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.

(2) . De arbeider, die reeds eenmaal wegens willekeurige inbreuk op de arbeidsovereenkomst is veroordeeld, wordt bij herhaling van het feit gestraft met ten arbeidsstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste drie maanden.

(3) . De feiten, waardoor de werkman geacht wordt op zijn arbeidsovereenkomst willekeurig inbreuk te maken, zijn:

Sluiten