Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. niet voldoening aan de verplichting, om zich op het in artikel 9 (11) bedoeld tijdstip op de onderneming te bevinden en zich bij den beheerder aan te melden;

b. desertie;

c. voortgezette weigering om den verplichten arbeid te verrichten.

Artikel 27.

(1) . Voorzoover de na te noemen feiten niet als misdrijf zijn strafbaar gesteld, worden verzet of bedreiging tegen de werkgever of hun personeel gestraft met een geldboete van ten hoogste f 50.— (vijftig gulden) of met ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogsten één maand, en beleediging tegen genoemde personen, rustverstoring, weigering om den verplichten arbeid te verrichten, opruiing tot desertie of tot weigering om den verplichten arbeid te verrichten, vechterij, dronkenschap en dergelijke vergrijpen tegen de goede orde gestraft met een geldboete van ten hoogste f 25.— (vijf en twintig gulden) of met ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.

(2) . Arbeiders, die reeds eenmaal wegens verzet of bedreiging tegen de werkgevers of hun personeel zijn veroordeeld, worden bij herhaling van het feit gestraft met ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste drie maanden.

Artikel 28.

(1) . Elke inbreuk op de arbeidsovereenkomst wordt alleen vervolgd op aanklacht van den beheerder der onderneming waartoe de arbeider behoort.

(2) . Wegens desertie voor de eerste maal gepleegd, wordt de opgelegde straf niet ten uitvoer gelegd indien de arbeider binnen den hem door den rechter toegestanen termijn naar de onderneming is teruggekeerd.

Artikel 29.

Overtredingen van de voorschriften dezer ordonnantie en van de bij de arbeidsovereenkomst overeengekomen bedingen, waartegen geen bepaalde straffen zijn bedreigd, worden bestraft, voorzoover Europeanen en met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste f 100.— (één honderd gulden) en, voorzoover Inlanders en daarmede gelijkstelden betreft, met een geldboete van ten hoogste f 25.— (vijf en twintig gulden) of ten arbeidstelling aan de publieke voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.

Artikel 30.

(1) . Arbeiders die tijdens den duur der overeenkomst buiten de onderneming terecht of een vrijheidsstraf ondergaan hebben, dan wel zij, die na een afwezigheid wegens verlof, ziekte of anderszins niet derwaarts binnen den toegestanen of door het Plaatselijk Bestuur voldoende geachten tijd terugkeeren, kunnen namens de politie door personeel van den werkgever naar de onderneming teruggevoerd worden. In bepaalde gevallen, ter beoordeeling van het Hoofd van Plaatselijk Bestuur, kan de politie daarbij op kosten van den werkgever hare bemiddeling verleenen.

(2) . Eveneens draagt de werkgever de kosten van opzending van den werkman naar de plaats, waar hij tengevolge van een overtreding van deze ordonnantie moet terecht staan.

Artikel 31.

Arbeiders, die zonder schriftelijke toestemming van den betrokken geneesheer directeur

Sluiten