Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spannen naar de groote Friesche hangklok, die naast haar, aan 't boveneind, tusschen de bedstee en den schoorsteen hing.

♦♦Bij half-acht al?. .. ja! ... Nou 't is Zondag, nog een klein poosie dat kan wel nie-waar vent? ... ja! ...

Vermoeid liet ze zich wat achterover zakken, kuchte een korte, opkomende hoestbui weg, en het hoofd gewend naar d 'r jongen, lag ze stil te staren.

„Mn zoete dommel!" t Zoete mijmeringen dwaalden door d r oude ziel, verre weelden uit vergane jaren ... Ze hadden er allen gelegen, daar in ft hoekje: d'r man, d'r kinderen, allemaal dood, behalve zijn moeder, die leefde nog, ja, en die was wat goed voor haar, *t oude mensch... en ze had ze allemaal altijd zoo graag toegedekt, en

Sluiten