Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter komt het wetsontwerp zeker niet te gemoet, terwijl het ook niet mogelijk is, tegemoet te komen aan bepaalde wenschen van individueele ambtenaren, die op een of ander punt door een toevalligen samenloop van omstandigheden in het gedrang zijn geraakt. Algemeene bevrediging zal het voorstel van de Staatscommissie dan ook zonder twijfel niet wekken, al zal b.v. hetgeen wordt voorgesteld omtrent de wijze, waarop de middelen voor het pensioenfonds zullen worden gevonden, door de ambtenaren stellig worden toegejuicht. De Commissie heeft echter gemeend, na nauwkeurige afweging der verschillende te harer kennis gekomen wenschen, niet verder te mogen gaan. De noodzakelijkheid om rekening te houden met hetgeen op het gebied -der pensioenwetgeving thans bestaat en historisch is gegroeid en de omstandigheid, dat bijna iedere verbetering der regeling ten gevolge heeft, dat een te-kort ontstaat, dat op de een of andere wijze moet worden gedekt, heeft er toe geleid, dat niet aan alle geuite wenschen, zelfs al zou daarvoor iets zijn te zeggen, kon worden voldaan en dat angstvallig moest worden overwogen, waar een tegemoetkoming aan hetgeen in de kringen der belanghebbenden als desideratum leeft, het meeste nut zou kunnen doen of het meest door gronden van billijkheid wordt ondersteund. De Commissie vertrouwt intusschen dat verschillende van hare voorstellen ook door de belanghebbenden als belangrijke verbeteringen zullen worden beschouwd.

De voornaamste punten, waarop haar voorstellen afwijken van de huidige wettelijke regeling, mogen hier met een enkel woord worden aangestipt. In de verschillende paragrafen van het algemeene deel der bij het wetsontwerp behoorende Memorie van Toelichting zijn de afwijkingen, voor zooveel noodig, meer in den breede gemotiveerd.

1°. Wat den kring der pensioensgerechtigden aangaat, brengt het ontwerp een aanvulling van het bestaande, doordat niet slechts tijdelijke ambtenaren op denzelfden voet als vaste aanspraak op pensioen zullen hebben, maar de bepalingen van de pensioenwetgeving zich in het algemeen zullen uitstrekken tot allen, die, benoemd door het daartoe bevoegd gezag van Rijk, provincie, gemeente, waterschap, veenschap of veenpolder, een betrekking bekleeden, waaraan een wedde is verbonden uit de inkomsten van één of meer dier lichamen. M. a. w. niet zullen, als thans, bepaalde groote groepen van ambtenaren pensioensgerechtigd zijn, maar in het algemeen allen die in dienst zijn van eenigerlei Overheid.

2° Voor het pensioen zal (behoudens inkoopsommen) van de ambtenaren geen bijdrage meer worden gevraagd. Wel zal het voor de pensionneering noodige geleidelijk worden bijeengebracht en in een fonds worden beheerd, maar dat fonds zal gevoed worden door bijdragen van de lichamen, bij welke de ambtenaren in dienst zijn, zonder dat die lichamen deswege eenig verhaal kunnen uitoefenen op de pensioengerechtigden. Dit zal zoowel voor het eigen pensioen gelden als voor het pensioen van nagelaten betrekkingen. Voor den Staat, die thans van de pensioenen der eigen ambtenaren en onderwijzers ongeveer 2/3 betaalt, terwijl de weduwen- en weezenpensioenen door de bijdragen der ambtenaren ten volle gedekt worden, brengt deze verandering een zwaren last mede. Eveneens geldt dit voor de gemeenten, hoewel ér zijn, die van alle verhaal van bijdragen reeds hebben afgezien.

3°. Voor het pensioen der ambtenaren zal, evenals thans, in het algemeen alle dienst als „ambtenaar" in aanmerking komen. Daar het begrip „ambtenaal-" echter belangrijk wordt uitgebreid, zal als onmiddellijk gevolg ook op ruimer schaal diensttijd bij het pensioen in aanmerking worden gebracht Feitelijk zullen alle jaren, doorgebracht in welken Overheidsdienst ook, in den vervolge medetellen. Bovendien zal, op het voetspoor van de tegenwoordige regeling bepaalde dienst, niet als „ambtenaar" doorgebracht, medetellen, hetzij kerkelijke, militaire, koloniale dienst enz., hetzij bepaalde zijdelingsche of onbezoldigde diensttijd. Die laatste zal dan echter — evenals thans — moeten zijn ingekocht. Door de nieuwe regeling van den medetellenden diensttijd mag worden aangenomen, dat'alle

4

Sluiten