Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Zijn er groepen van weduwen en weezen, die thans ten onrechte geen recht op pensioen hebben? Zoo ja, welke?

12. Uitsluiting van pensioenrecht voor bepaalde individuen uit overigens pensioengerechtigde groepen.

Thans bestaan zulke uitsluitingen krachtens a. 4 wet 1890 en a. 2 en 5 wet 1913. Moeten die bepalingen blijven behouden ?

Moet behouden blijven de bepaling van a. 2 al. 2 wet 1890? Moeten ongehuwden bevoegd zijn om buiten de pensioenregeling te blijven?

13. Moet'behouden blijven het stelsel:

a, dat premie moet worden betaald voor het pensioen?

b. dat de totaal premiën de totaal kosten der pensioneering dekken ?

Zoo neen, moet dan een geheel premievrij pensioen worden ingevoerd? Of een deels premievrij, terwijl het ontbrekende dan wordt gevonden b. v. uit een Staatsbijdrage ?

14. Moet een pensioenfonds blijven behouden, als thans bestaat?

a. Zoo ja, dan afzonderlijk voor gemeenteambtenaren en voor anderen?

b. Zoo ja, hoe moet het bestuur van het fonds dan worden aangewezen? Medezeggenschap der bij het fonds verzekerde ambtenaren ?

c. Zijn de bepalingen omtrent beleggingen juist?

cf. Moeten de administratiekosten van het fonds (der fondsen) komen ten laste van de inkomsten van het fonds?

e, Moet de wet bepalen, dat nieuwe groepen personen met dadelijk of later ingaand recht op pensioen slechts in het fonds kunnen komen tegen volledige vergoeding van hun reservetekort?

15. Bedrag der pensioenen.

a. Moet men, als thans, uitgaan van vaststaande premiën en bepalen wat daarvoor (vérmeerderd met eventueele andere beschikbare gelden) kan worden gegeven? Of moet men vooropstellen de bedragen die als pensioen zullen worden gegeven en daarnaar de te heffen premiën bepalen?

b. Welke bedragen kunnen in ieder van die beide stelsels in de wet worden opgenomen?

c. Moet het pensioen worden uitgedrukt in een zeker percentage van den laatsten grondslag? Zoo ja, welk? Moet de bepaling van den grondslag werden veranderd in verband met de voorstellen bij eigen pensioenen te doen in geval van vermindering van grondslag of cumulatie van betrekkingen? Is er aanleiding om, als thans, een maximum voor weduwenpensioen en voor het pensioen der gezamenlijke weezen te behouden ? (Thans f 800, resp. f 735.) Moet ook een minimumbedrag worden ingevoerd?

d. Is het juist, dat het weezenpensioen wordt beschouwd als toeslag op het weduwenpensioen? (a. 5 wet 1890; a. 7 wet 1913.)

16. Premiën., (a. 17 wet 1890; 25, 27, 32 wet 1913.)

a. Hoe moeten de premiën worden bepaald? En hoe geheven? (doorloopende korting?)

b. Is er grond om geen premie te heffen van meer dan f 2400?

c. Is er in bepaalde gevallen grond voor teruggave van premiën? Zoo ja, wanneer?

d. Is een speciale regeling van premie voor ambtenaressen gemotiveerd ?

Sluiten