Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De geneeskundig-adviseur ontvangt een door Ons te regelen vergoeding.

3. De verplichtingen van den secretaris, den geneeskundigadviseur en de in artikel 13 bedoelde ambtenaren worden geregeld bij een door den Pensioenraad vast te stellen instructie.

Artikel 13.

Onder den Pensioenraad zijn ambtenaren werkzaam die Wij benoemen, schorsen en ontslaan, voorzoover Wij niet hebben bepaald, dat de benoeming, de schorsing en het ontslag van allen of van sommigen hunner zullen geschieden door den Pensioenraad.

Artikel 14-.

1. Wij stellen de bezoldiging vast van de leden, den secretaris en de ambtenaren van den Pensioenraad.

2. De in het vorige lid bedoelde personen worden voor de toepassing van deze wet met ambtenaren in den zin dezer wet gelijkgesteld.

Artikel 15.

1. De Pensioenraad is bevoegd, personen en colleges uit te noodigen tot het schriftelijk of mondeling geven van inlichtingen, die voor de richtige toepassing van deze wet en van de te harer uitvoering gegeven bepalingen naar zijn meening noodig zijn.

2. De uitnoodiging geschiedt bij aangeteekenden brief.

3. Ieder is verplicht aan de uitnoodiging binnen den daarbij gestelden termijn gevolg te geven, voor zoover zulks niet in strijd is met een hem van overheidswege opgelegde verplichting tot geheimhouding. Hij heeft aanspraak op vergoeding van kosten, volgens bij algemeenen maatregel van bestuur gestelde regelen, in de bij dinn maatregel bepaalde gevallen.

4. Hij die weigerachtig öf nalatig is in het voldoen aan een tot hem gedane uitnoodiging, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste f 300.

5. Hij die opzettelijk een onjuiste inlichting verstrekt of die opzettelijk tot de verstrekking daarvan medewerkt, wordt gestiaft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

6. De in het vierde lid van dit artikel strafbaar gestelde feiten worden als overtredingen, die in het vijfde lid bedoeld als -misdrijven beschouwd.

Artikel 16.

1. De Pensioenraad doet aan Onzen Minister, met de uitvoering dezer wet belast, de voorstellen die hij in het belang van de pensioenwetgoving en haar toepassing nuttig of noodig acht.

2. Hij geeft aan de Ministers en de overige in artikel 29 bedoelde organen de door hen gewenschte inlichtingen.

3. De Voorzitter van den Pensioenraad geeft Onzen Minister, met de uitvoering dezer wet belast, onverwijld kennis van door dien Raad genomen beslissingen, die van meer algemeene beteekenis zijn.

Artikel 17.

De Pensioenraad brengt jaarlijks van zijn werkzaamheden aan Ons een verslag uit, dat door hem gelijktijdig algemeen verkrijgbaar wordt gesteld.

Artikel 18.

1. Het geldelijk beheer van het fonds berust bij een directenr, onder toezicht van vijf, door Ons te benoemen commissarissen, van wie er ten minste drie uit de ambtenaren of de gepensionneerde ambtenaren worden benoemd. De directeur vertegenwoordigt het fonds in en buiten rechte.

2. Onze Minister van Financiën heeft het oppertoezicht, volgens regelen, bij algemeenen maatregel van bestuur te stellen.

3. De commissarissen worden benoemd voor den tijd van 6 jaren. De aftredenden zijn herbenoembaar. Hij, die ter vervulling

Sluiten