Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. voor de leeraren, bedoeld in het vorig artikel, onder IV h:

In het eerste lid van art. 5 wordt voor „als leeraar" en in het derde lid van dat artikel wordt voor ,,,als leeraar, of als leeraar, en als burgerlijk ambtenaar, onderwijzer of gemeente-ambtenaar", gelezen: „als ambtenaar in den zin der Pensioenwet 19...".

Uit het derde lid van art. 5 vervallen de woorden: „— behalve in het geval genoemd in het vierde —".

In art. 10 wordt voor „het gevolg is artikel 3" ge¬

lezen: „het rechtstreeksch gevolg zijn van de uitoefening van zijn dienst, doch niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten."

c. voor den inkoop voor pensioen van de in het vorig artikel, onder IVc, bedoelde diensten:

In het tweede lid van art. 32 wordt voor: „wanneer hij

ontvangt", gelezen: „uit het bij art. 1 der Pensioenwet 19... ingestelde fonds" en voor: „in eene betrekking van leeraar of in eene burgerlijke betrekking", „als ambtenaar in den zin der Pensioenwet 19...".

d. voor den inkoop' voor pensioen van de in het vorig artikel, onder IV d, bedoelde diensten:

In het derde lid van art. 32 wordt voor: „van het in art. 50 fonds" gelezen: „van het bij art. 1 der Pensioenwet 19... ingestelde fonds", en voor: „van het Rijk

gemeente", „van een openbaar lichaam".

V. Wet tot regeling van het lager onderwijs, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 Juli 1919 (Staatsblad n°. 493).

a. voor de onderwijzers, bedoeld in het vorig artikel, onder V a:

In het eerste lid van art. 42 wordt voor: „van de jaarwedde vermeld", gelezen: „van den pensioensgrondslag over het laatste dienstjaar".

In het tweede lid wordt voor „ziels- of lichaamsgebreken" gelezen: „ziekten of gebreken" en voor „dier jaarwedde, mits te wijten is", „van dien pen¬

sioensgrondslag, mits die ziekten of gebreken het rechtstreeksch gevolg zijn van de uitoefening van hun dienst,' doch niet aan hun schuld of onvoorzichtigheid te wijten zijn"; de laatste zin van dit lid vervalt.

Uit het eerste lid van art. 63 vervallen de woorden: „volgens art. 64".

In het tweede lid wordt voor „ziels- of lichaamsgebreken", gelezen: „ziekten of gebreken" en voor „mits die gebreken te wijten is", „ziekten of ge¬

breken het rechts treeksch gevolg zijn van de uitoefening van hun dienst, doch niet aan hun schuld of onvoorzichtigheid te wijten zijn" ; de laatste zin van dit lid vervalt.

b. voor den inkoop voor pensioen van de in het vorig artikel onder V b bedoelde diensten:

In het negende lid van art. 72 wordt voor „scholen als in artikel 60 bedoeld", gelezen: „scholen, bedoeld in art. 4 eerste lid 6 der Pensioenwet".

Uit het elfde lid vervallen de woorden: „in het zesde en" en „het vijfde of".

c. In het vierde lid van art. 74 wordt voor „artikel 60, eerste lid" gelezen": „art. b9bis, tweede en derde lid".

VI. Weduwenwet voor de ambtenaren 1890, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 December 1917 (Staatsblad n°. 671).

a. voor de oud-ambtenaren, bedoeld in het vorig artikel, onder VI b:

In art. 10, vierde lid, lit. b, wordt voor „van het in artikel 18 bedoelde weduwen- en weezenfonds", gelezen: „van het bij art. 1 der Pensioenwet 19... ingestelde fonds".

b. In het eerste lid van art. 23 wordt voor: „De vorenstaande bepalingen" gelezen: „De op het weduwen- en

15

Sluiten