Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan* de opneming in de algemeene regeling hetzij zonder twijfel moet geschieden, hetzij althans een punt van overweging moet uitmaken. Voor een deel zijn die ambtenaren rechtstreeks in dienst van het publiek gezag en vervullen zij, i; evenais de wèl pensioensgerechtigden, een onbetwistbaar publiekrechtelijke taak: Voor een ander deel betreft het meer overgangsvormen, gewoonlijk in dier voege, dat de betrokkenen * niet zijn in dienst van eenig publiek gezag, maar een taak vervullen die steeds is beschouwd of meer en meer kan worden beschouwd als een publiekrechtelijke. De bijzondere onderwijzers, die sinds 1906 wèl onder de pensioenregeling vallen, zijn van dit laatste een kenmerkend voorbeeid.

Zoo bestaat nog geen algemeene pensioenregeling voor de provinciale ambtenaren, voorzooveel zij geen burgerlijke ambtenaren zijn. Dit is bijv. het geval met ambtenaren van den Provincialen Waterstaat en van de provinciale krankzinnigengestichten. Wèl hebben de provincies zelf in het algemeen een voorziening voor haar personeel getroffen, maar het nadeel is dat al dergelijke regelingen op zichzelf staan, het kleine aantal betrokkenen allicht een beletsel is voor de meest wenschelijke regeling en overgang van den dienst bij het eene publiekrechtelijke lichaam naar dien bij een ander op bezwaren stuit. Toch is het een algemeen belang, dat die overgang niet door de pensioensbepalingen worde belemmerd. Men moge verschillend denken over de vraag, of het in het algemeen wenschelijk is dat een ambtenaar langen tijd dezelfde plaats blijft vervullen — een kunstmatige moeilijkheid van overgang, die zou zijn gelegen in de noodzakelijkheid om bij verandering van werkkring pensioenrechten op te geven, kan zeker niemand anders dan verkeerd achten. De vraag of men deze of gene betrekking zal bekleeden, moet zoo weinig mogelijk worden beheerscht door bijkomstige belangen, als die van het pensioen, maar zooveel doenlijk door de zaak zelve.

Met hét oog op dit een en ander heeft het ontwerp gemeend, alle provinciale ambtenaren in de Rijksregeling te moeten betrekken. Zij zullen dus, op één lijn komen te staan . met burgerlijke en gemeenteambtenaren. Natuurlijk zal voor hen een inkoop noodig zijn, die in de artikelen 126 v. v. wordt geregeld.

Voorts zijn opgenomen de ambtenaren in dienst van waterschappen, veenschappen en veenpolders. yoor hen bestaat thans nog geen algemeene regeling. Wèl hebben onderscheidene waterschappen zelf een pensioenregeling voor hun ambtenaren gemaakt, waartoe in enkele provinciën het College van Gedeputeerde Staten een krachtigen aandrang heeft uitgeoefend. Nog in sterker mate dan bij de provincie geldt daarbij natuurlijk 'dat het aantal deelnemers bij de afzonderlijke waterschappen eigenlijk te klein is voor een behoorlijke regeling van het risico. Voorts is de regeling gewoonlijk facultatief en is haar volledigheid en doeltreffendheid allerminst gewaarborgd. In de gevallen, dat bij eenig waterstaatslichaam geen algemeene regeling bestaat, wordt niettemin dikwijls aan bepaalde personen, die in dienst waren van dat lichaam, pensioen verleend, maar èn het recht op èn het bedrag van het pensioen hangen dan geheel in de lucht.

Het is wenschelijk voorgekomen, aan den, ook door de belanghebbenden uitgeoefenden, drang gevolg te geven en ook de ambtenaren van waterschap, veenschap en veenpolder op te nemen in de algemeene regeling, met gelijke bepalingen •omtrent den inkoop van vroegere diensten, als voor de provinciale ambtenaren werden vastgesteld. Echter doet zich hier een moeilijkheid voor, in verband met de afgrenzing van de op te nemen groep. De personen, bij de waterschappen enz. werkzaam, zijn immers voor een deel wèl formeel, maar niet materieel, ambtenaar. Als criteria voor ambtenaar worden toch uit de bestaande wet overgenomen de omstandigheid dat men is benoemd door het publiek gezag en een wedde geniet uit de inkomsten van dat gezag. Maar aan die criteria wordt bijv. ook voldaan door een aantal dijkgraven en dgl., die meer orgaan, dan ambtenaar van den polder zijn. Men zou hen nu

Sluiten