Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na 15 jaren dienst. N.1. als de grondslag dezelfde is gebleven. In de praktijk zal dit echter in de meeste gevallen niet zoo zijn maar zal de wedde inmiddels zijn gestegen, zoodat ook het pensioen in werkelijkheid automatisch zal klimmen. Maar al was het anders, dan zou dat nadeel geringer moeten worden geschat dan het nadeel dat van de, ook relatief, zeer kleine invaliditeitspensioenen het gevolg zou zijn.

De bepaling van het pensioensbedrag zou betrekkelijk weinig moeilijkheden geven, als ieder werd gepensionneerd uit één betrekking die hij bij uitsluiting had vervuld. Maar zoo is de praktijk niet. Integendeel, meer en meer komt het voor, dat de ambtenaar van de eene betrekking overgaat in de andere, die betrekking weer voor een andere verwisselt, haar met andere combineert, etc. Voor de bepaling van het pensioenbedrag ontstaat dan de noodzakelijkheid rekening te houden met het geheel van de in het ambtelijk leven vervulde betrekkingen en in de vaststelling van de algemeene lijnen, daarbij te volgen, ligt een van de moeilijkste problemen die zich bij de regeling van het pensioen vraagstuk voordoen. De in verschillende jaren successievelijk in de pensioenwetgeving opgenomen regelen omtrent dit punt hebben, al hadden zij alle haar goede zijde, in de praktijk geen van alle voldaan. Het ontwerp vleit zich evenmin een regeling te hebben gevonden, die voor gerechtvaardigde klachten geen ruimte laat. De steen der wijzen is hier niet te vinden. Echter heeft het getracht om, rekening houdende met de vroeger opgedane ervaring, een regeling te formuleeren die, van bepaalde algemeene beginselen uitgaand, een zooveel mogelijk overzichtelijk en aannemelijk geheel vormt. De algemeene gedachtengang daarbij moge hieronder in het kort worden weergegeven, waaraan een uiteenzetting van de in vroegere jaren in de wet neergelegde oplossingen voorafgaat.

Bij de behandeling dezer materie en voor eene duidelijke uiteenzetting van de bezwaren, waartoe de achtereenvolgens van 1846 tot 1890, van 1890 tot 1913 en sedert dat jaar tot heden aangenomen stelsels van pensioensberekening aanleiding hebben gegeven, is het noodig door middel van voorbeelden het verloop der carrière, dan wel van een deel der ambtelijke loopbaan in bepaalde gevallen aan te geven. Vermits .omschrijving van de door een ambtenaar gevolgde loopbaan noopt tot lange en weinig overzichtelijke uiteenzettingen, scheen het wenschelijk die omschrijvingen te vervangen door de voorbeelden in margine te stellen in den vorm van graphische voorstellingen.

Door die voorstellingen toch, woidt in één oogopslag de behandelde casuspositie duidelijk.

Eene korte toelichting te dezer zake moge aan de verdere behandeling van het onderwerp zelf voorafgaan.

Wanneer men den diensttijd in ééne bepaalde betrekking vervuld, aangeeft door middel van eene lijn, welker aanvang (boven) het aanvangstijdstip der ambtsvervulling en welker uiteinde (onder) het tijdstip van ontslag aangeeft, dan wordt de diensttijd, bewezen in twee, achtereenvolgens bekleede ambten, aangeduid als in figuur I, die in twee gelijktijdig

Sluiten