Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor die van het pensioen, werd vastgesteld op het bedrag der wedde, indien de ambtenaar slechts ééne — op het totaalbedrag der wedden, indien hij gelijktijdig twee of meer betrekkingen vervulde. Werd de ambtenaar op hetzelfde tijdstip ontslagen uit twee of meer gelijktijdig door hem vervulde ambten, dan had hij slechts aanspraak op één pensioen berekend naar den enkelvoudigen, gecombineerden pensioensgrondslag (zie flg. 1. fi„ i Het pensioen bedroeg 30/B0 X (f 900 +

f C00) — f 750. j Wanneer echter een ambtenaar, die

i 900 meer dan ééne betrekking vervulde,

) \ slechts uit één ambt met aanspraak

^j.\ | op pensioen werd ontslagen terwijl hij

I 600 l ^ ^e anaere bleef bekleeden, dan beI paalde art. 32 der wet, dat bij de regeling

l Ji van zijn pensioen, de belooningen en de

P P diensten zijner overige betrekkingen niet in

aanmerking zouden worden genomen. Bij latere aftreding uit deze betrekkingen, werd hem daarvoor, naar de regelen der wet, een afzonderlijk pensioen verleend in evenredigheid van de belooning en den duur der diëtisten daarin genoten en bewezen, doch met dien verstande, dat het vfreenigd bedrag zijner pensioenen de som van f3000 niet kon overschrijden, (zie flg. 2).

fi „ Tot op het tijdstip van ontslag uit

de betrekking a had de betrokken a. b. ambtenaar één pensioensgrondslag

/ van f 1 200 -f f 1 500 = f 2 700. Aan-

| gezien hij echter bij zijn ontslag uit a

2q . ! i aanspraak had op pensioen, werd hem

j uit die betrekking een pensioen ver-

i 40 j.J leend van M/60 Xfl 200,—= f600,—

I 1200 ' 11500 en bij latere aftreding uit b een pensioen p,I van '40/60 Xfl 500,— = f 1000,—.

i Deze oogenschijnlijk eenvoudige

regeling liet echter tal van vragen \ onopgelost. Zij zou geen bezwaren

P' hebben opgeleverd, indien — zoo als in het evengestelde voorbeeld — de ambtenaar nooit andere ambten had vervuld, dan die, waaruit hij met aanspraak op pensioen werd ontslagen. Hoe echter de diensttijd moest worden berekend, wanneer de ambtenaar vroeger, hetzij achtervolgens, hetzij gelijktijdig andere betrekkingen had vervuld en naar welk deel van den gecombineerden pensioensgrondslag het pensioen moest worden berekend, wanneer die grondslag niet overeenkwam met de werkelijk genoten wedden, doch overeenkomstig het voorschrift van art. 17,. 3de lid der' wet, op een vroeger verkregen, hooger bedrag was gehandhaafd (bevestigd), werd in het midden gelaten.

Sluiten