Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slag is vervallen, een bepaling noodig, die voorkomt, dat een gedaalde grondslag te nadeelig voor weduwen en weezen wordt. Vandaar de bepaling van het tweede lid van artikel 90, die rekening doet houden met de drie gunstigste opeenvolgende jaren gedurende hét huwelijk. Gedurende het huwelijk — immers, met eventueele andere grondslagen vóór het huwelijk heeft de achterblijvende nimmer eenige aanraking gehad. De standaard van het gezin, is, zoolang zij daarvan deel uitmaakte, door die vroegere grondslagen niet meer beheerscht geweest.

Het voorgaande vindt een beperking doordat de in aanmerking komende grondslagen worden geacht niet boven een bepaald bedrag te stijgen, dat tegenwoordig is vastgesteld op f 2400, en nader op f3000 wordt voorgesteld. Naar die som dus zal het pensioen worden berekend. Rechtvaardiging vindt die verhooging in de salarisverhoogingen en in de verhooging van het maximum voor eigen pensioen.

Zal, althans voor een deel der ambtenaren — en, in verband met de stijging der salarissen, voor een steeds aanmerkelijker deel — de verhooging van het maximum dat in aanmerking komt, het bedrag der weduwen- en weezenpensioenen doen rijzen, zoodanige rijzing zal ook het gevolg zijn van de fracties, die het wetsontwerp aan de pensioensberekening heeft ten grondslag gelegd. Voor het pensioen van de weduwe van een burgerlijk ambtenaar is thans reeds 1/s van den grondslag aanvaard. Voor het weduwenpensioen in het algemeen wordt nu 40 % van dien grondslag aangenomen, tot een maximum van f 1200. Daarnaast staat als weezenpensioen 3/40 van evenbedoelden grondslag voor ieder kind, terwijl, indien het volle weezen betreft, y8. als fractie is aangenomen. De totale som, aan weduwen- en weezenpensioen te verkrijgen, zal echter nooit kunnen stijgen boven den grondslag van den overledene, noch in verband met het zooeven gezegde, boven f 3000 per jaar. Het zou toch niet rationeel zijn, dat de pensioensom zou stijgen boven hetgeen werd ingebracht toen ook de kostwinner nog leefde, terwijl het cijfer van f 3000 zijn rechtvaardiging vindt in de omstandigheid dat het pensioen aan de nagelaten betrekkingen niet meer bedoelt dan om hen eerlijk en zooveel mogelijk in hun oude milieu door de wereld te kunnen doen komen. Niet mag worden ontveinsd dat de voorgestelde verhoogingen het fonds aanzienlijk zullen belasten. De berekeningen, aan deze toelichting toegevoegd, toonen echter aan, dat die last kan worden gedragen. En is dat zoo, dan is het zeker als een groot belang te beschouwen dat de pensioenen tot zoodanig bedrag worden toegekend als noodig is om met beleid en overleg het gezin ook verder in zijn stand te kunnen doen blijven leven. Zeker zou het aan dat laatste tegemoetkomen, wanneer ook een minimum pensioen kon worden toegekend, een absoluut bedrag waar^ beneden het pensioenbedrag nimmer zou kunnen dalen. Dat is echter niet mogelijk, in verband met de omstandigheid dat tal van gerechtigden hun aanspraak ontleenen aan personen met slechts een zeer geringe wedde, die voor hen geenszins als hoofdverdienste was te beschouwen. Een absoluut minimum van eenige beteekenis zou voor deze personen niet passen. En zou men het beperken door een zeker verband te leggen met het werkelijke ambtsinkomen van den overledene, dan zou men feitelijk niets nieuws aan de bepalingen omtrent het pensioenbedrag toevoegen, dat immers hier, anders dan bij het eigen pensioen, geen rekening houdt met het aantal dienstjaren, en dus voor iemand met korten diensttijd reeds als een gegarandeerd minimum valt te beschouwen.

Het pensioen zal ingaan met den dag volgende op dien van het overlijden van hem aan wien het recht op pensioen werd ontleend. Met opzet is niet overgenomen de thans geldende bepaling dat het ingaat met den dag na dien waarop de wedde ophield. Door die regeling toch zal in vele gevallen de overgang van het volle salaris naar een aanzienlijk lager bedrag wel heel plotseling zijn en juist vallen in een tijd die naast vele zorgen ook vele kosten meebrengt. Het ontwerp denkt zich dat naast het pensioen nog eenigen tijd tractement zal kunnen worden uitgekeerd of wel een som, daarmede gelijkstaand en die kan helpen, over den overgangstijd heen te komen. Intusschen is

28

Sluiten