Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, worden die medegedeeld aan den Pensioenraad, die daarop den pensioensgrondslag vaststelt. Het heeft een punt van ernstige overweging uitgemaakt of de formeele vaststelling van een pensioensgrondslag wel noodig is, dan of eenvoudig het administratief gezag de wedde kan vaststellen en het geheele begrip van een pensioensgrondslag kan worden losgelaten. Intusschen is het practisch gebleken, ook in dit opzicht -aan het bestaande stelsel vast te houden. Het moge voor gevallen, met name van afwisselende beloo'ning, niet zonder bezwaar zijn, die bezwaren zullen toch ook niet worden ontgaan wanneer de wedde moet worden bepaald, en dit laatste is onmisbaar, niet slechts voor later, als het pensioensbedrag moet worden berekend, maar ook aanstonds, als het bedrag der bijdrage moet worden bepaald. Maar dan is het beter, een formeelen pensioensgrondslag vast te stellen, waartegen de betrokkene in beroep kan gaan en die dus aanstonds definitief komt vast te staan, op een oogenblik waarop nog een juist inzicht in de in het geding zijnde feiten mogelijk is.'Vandaar dat de artikelen 34 en 35 zijn opgenomen, die op zich zelf weinig toelichting behoeven. Alleen wordt de aandacht gevestigd op het slot van artikel 85, dat bedoelt een lastig gevolg van de, overigens voor de éénheid wenschelijke, centrale vaststelling der grondslagen door den Pensioenraad te voorkomen. Van zoodanige vaststelling toch is het gevolg dat de Pensioenraad over de geheele linie moet kennis nemen van de grondslagen en de voortdurende wijzigingen daarin, met betrekking tot alle ambtenaren. Dat veroorzaakt een overbelasting die een vlotte afdoening van zaken in den weg staat. Daarom is gezocht naar een middel tot beperking. Dat middel nu is hierin gevonden dat de Pensioenraad een deel van zijn taak kan overdragen op andere publieke lichamen voor hun eigen ambtenaren, als die lichamen zulks blijken te wenschen. Met.name is gedacht aan de groote gemeenten, die geheel op de hier bedoelde taak zijn ingericht en allicht de voorkeur aan eigen beheer op dit punt zullen geven. Haar kan de gelegenheid daartoe worden gelaten, op voorwaarden die behoud van een behoorlijk algemeen verband verzekeren. (Men zie ook art. 117 al. 2). De ambtenaren zullen daarvan de dupe niet worden, daar voor hen tegen de beslissing beroep openstaat als ware deze door den Pensioenraad genomen (art.v 117 al. 1).

Artikelen 36—42. Deze artikelen behelzen de regeling Van 'de bijdragen voor het pensioen, het eigen pensioen zoowel als dat der weduwen en weezen. Dat en waarom wordt voorgesteld, te breken met de thans bestaande premieheffing van de ambtenaren zeiven, is in § 5 van het algemeene deel der toelichting uiteengezet. Alleen in één geval is betaling door den belanghebbende zei ven, door korting op zijn wedde, wachtgeld of pensioen, behouden gebleven. De artikelen 40—42 regelen dit geval. Zij hebben betrekking op tijd, die moét worden ingekocht, wil hij voor het pensioen medetellen. Niet onbillijk schijnt het om wegéns dien ingekochten diensttijd een deel van het verschuldigde op den ambtenaar zeiven verhaalbaar te maken. Nu tijdelijke diensttijd op gelijken voet zal worden behandeld als vaste, is overigens het veld voor inkoop aanzienlijk beperkt. Slechts zijdelingsche dienst en in bepaalde omstandigheden onbezoldigde dienstjaren komen in de toekomst voor inkoop in aanmerking. Althans, voor zooveel tijd betreft, na het inwerkingtreden van de nieuwe wet vallende. Voor daarvóór gelegen tijd zie men onder de overgangsbepalingen artikel 126.

Die zijdelingsche en die onbezoldigde dienstjaren zullen voor het pensioen medetellen, als de betrokkene „ambtenaar" is geworden, maar dan ook moeten worden ingekocht. Het fonds kan uitteraard niet zonder behoorlijke tegenprestatie deze jaren met pensioen vergelden. Tegenover het fonds is tot de betaling verplicht het lichaam, dat de ambtenaar onbezoldigd of zijdelings diende. Maar dat lichaam zal bevorderen, dat een deel van de inkoopsom te zijnen bate op de wedde, het wachtgeld of het pensioen wordt ingehouden. Ook dan is de mederekening der evenbedoelde jaren voor den ambtenaar

Sluiten