Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat in vele gevallen deze pensioenen veiminderd worden, indien nl. I Bovenstaande pensioenfactoren gelden voor de voorstellen

tevens een pensioen krachtens de Ongevallenwet 1901 wordt ge- der Staatscommissie; de overeenkomstige formules voor den

noten. Hierdoor wordt de te lage raming gedeeltelijk gecompen- bestaanden toestand zijn als volgt:

seerd, terwijl bovendien zoo even is gebleken dat door de verwaar- o ( / > j

loozing van de bepaling sub 4°. de lasten te hoog zijn geraamd. ^20i = i 2 $31 ~~\~ 2 2 $32 (i 2 $61 2 2 $62/ ( X

Behalve de bepalingen betreffende de berekening van de a

grootte van het pensioen spelen de getallen V, die de ver- ö~ö : ^gnj ^2CH

moedelijke toekomstige stijging der pensioensgrondslagen aan- io ( )

gegeven — d. i. dus den invloed der promoties -— bij de ^4(H ~j 2 Q41 -f- 2 2 Q^i X eV • ^iOi ^40|

berekening van den pensioenfactor een groote rol. Deze getallen, yw^ *>

welke ontleend zijn aan eene vroegere berekening betreffende 0m nu de contante waarde der lasten voor het op 31 December de eigen pensioenen, en die op overeenkomstige wijze zijn 1916 in dienst zijnde personeel te berekenen moeten deze berekend als de in 5de Wetenschappelijke Balans voorkomende pensioenfactoren worden vermenigvuldigd met de pensioensgetallen V zijn opgenomen in de kolommen 2—4 van staat grondslagen op dien datum, gerangschikt naar leeftijd en dienst4 voor de mannen en in de kolommen 2—4 van staat tP- Deze gegevens zijn voor de burgerlijke ambtenaren opge14 voor de vrouwen, waarbij moge worden opgemerkt nomen in de staten 7 en 17, waarvan de inrichting geen dat voor de vrouwelijke ambtenaren dezelfde getallen V nadere verklaring behoeft. Slechts op enkele punten zij de gebruikt zijn als voor de mannelijke ambtenaren, omdat aandacht gevestigd. In "de eerste plaats de bepaling van den wegens het gering aantal waarnemingen bij de vrouwelijke leeftijd en den diensttijd op 31 December 1916. Deze zijn ambtenaren voor deze categorie geen bruikbare resultaten werden verkregen door het geboortejaar, resp. het jaar van aanstelling verkregen. Dit kan zonder bezwaar geschieden, daar het aan- van 1916 af te trekken. Leeftijd en diensttijd 20 bijv. zijn tal in dienst zijnde vrouwelijke ambtenaren betrekkelijk klein dus gemiddeld 20'/„.

is, terwijl bovendien verwacht mag worden, dat de promoties Een tweede opmerking is deze, dat de diensttijd, zooals zij

bij de vrouwelijke ambtenaren slechts weinig van die der in de staten 7 en 17 is opgenomen, uitsluitend betrekking

mannelijke ambtenaren zullen verschillen. Met behulp van heeft op vasten dienst als burgerlijk ambtenaar. Om rekening

deze jretallen V ziin de eetallen (3) V en (5) V afeeleid staten te houden met de overige diensten (militaire, tijdelijke, zijde-

oeze getal en y zijn de getallen v en v afgeleid (staten iingsche enz.) welke bij de berekening van de grootte van het

4 en 14, kolommen 5 en 6) welke de middelsom voorstellen, 'ri„„„ - ' , . , .„„ r. , ,6

,'. , ., , , . ,,, ' oTOiicu, pensioen in aanmerking komen krachtens de burgerlijke pen-

naar welke de grootte van het pensioen wordt berekend. Door ,„+ • -. , . , , ,-w : . ,J

, . ö , , 1 , ; ; , sioenwet, is uit de pensioenen, in de laatste 5 jaren toegekend,

het samennemen van ambtenaren en onderwijzers moest hierbh „„„„„„' ™„j. „„n, J ,■ ,..., ., •' , , 6 _ '

, , •; „■ .., , , ,. . , VJ ... - "J nagegaan met welk bedrag de diensttijd uit de staten 7 en

met de afwijkende bepalingen omtrent de grootte van die ,n „° ... ,, , ,0 , . J„.

.., , 1 . j u j t 11 u 17 gemiddeld moest worden verhoogd. Hiervoor is gevonden

middelsom rekening worden gehouden. Immers bij de burgerlijke An „.,„ A • 0 . . ,B.

, , ,"... , 0 . .. , , ■* . ; s .,j , voor de mannen 4 jaar, voor de vrouwen 3 ïaar, behalve voor

ambtenaren en de byzondeni onderwijzers bedraagt die middel- de • te leeftiJder,; w'aar dit 1 a 2 jaar bedroeg,

som volgens de bestaande bepalingen het gemiddelde van de Ten elotte ^ opgemerkt, dat van enkele in de laatste

pensioensgrondslagen der laatste 5 jaren dus 4- 1 F , terwijl jaren °Pgenoraen categorieën het jaar van aanstelling en dus

x 4 » ook de diensttijd op 31 December 1916 niet bekend is, nl. van het

bij de openbare onderwijzers de laatste grondslag, dus V is Pe,soneel werkzaam bij de gemeentelijke hoogere burgerscholen,

■ „, „„ Tr , , . , „, . . ,;• * ': onverplichte burgeravondscholen en gymnasia, gemeentelijke

gekozen. Volgens de voorstellen der Staatscommissie wordt deze 1 „-aam ui • • .... ' f r^V^r*?

c'c middelbare scholen voor meisjes; gemeentelijke kweekscholen

middelsom voor alle categorieën dezelfde nl. 4 1 V , De voor onderwijzers en onderwijzeressen, welke bij de wet van

X_2X~* 5 Juni 1905 {Staatsblad n°. 154) in het weduwen-en weezengetallen W V, welke de middelsommen volgens het ontwerp der fonds voor burgerlijke ambtenaren zijn opgenomen en de Staatscommissie voorstellen, zijn echter afgeleid in de onder- leeraren aan bijzondere gymnasia en aan bijzondere hoogere stelling, dat bij de openbare onderwijzers de berekening van de burgerscholen, welke krachtens de wet van 20 Juni 1913 grootte van het pensioen niet in hun natleel wordt veranderd (Staatsblad 298) als burgerlijk ambtenaar worden aangemerkt.

x ' Met deze groep is rekening gehouden door de som van de derhalve ongewijzigd blijft. Zij zijn dus verkregen uit ^ 2 F , ■ contante waarde der lasten te verhoogen in verhouding van

cc—2 de som der pensioensgrondslagen van alle ambtenaren (staten (voor ambtenaren en bijzondere onderwijzers) en Vx (voor de open- 10 en 20) tot de som der pensioensgrondslagen van de ambtebare onderwijzers), waarbij met de gewichten dezer groepen be- naren zonder deze groePen (staten 7 en 17). hoorlijk rekening is gehouden. Op dezelfde wij ze is gehandeld bij de Door vermenigvuldiging van de pensioensgrondslagen met de (5) daarbij behoorende, door interpolatie uit de staten 5, 6, 15 berekening van Vx welke de middelsom volgens do thans en 16 verkregen pensioenfactoren en optelling der aldus verbestaande wet voorstelt. Met behulp van de aldus verkregen kregen producten is na verhooging met de kosten der bovengetallen (3) V en<5) V en de tafels, opgenomen in de staten 1 genoemde leeraren gevonden voor de contante waarde der 2 en 12, zijn nu voor de diensttijden 0, 5, 10, enz. op de toekomstige pensioenen:

bekende wijze de pensioenfactoren Ix +, berekend (staten 5, Voorstel Bestaande

6, 15 en 16). Als voorbeeld van de toegepaste formules volgen Staatscommissie toestand

hier de pensioenfactoren °I9()1 en lüJ4nj voor de mannelijke ambtenaren f 153 571950 f 136 196 239

r- * 3 voor de vrouwelijke ambtenaren *„ 5163 784 4 387 704

J20i = [15 2 Q-28 + i 2 #36 + 2 2 Qs7 ~. (i2 %6 + Totaal . . . f 158 735 734 f 140^83 943

2 2 ^57)J X ttV : ^20^ ^20| Van de onderwyzers, openbare zoowel als bijzondere, was

iq 1 / evenmin als van de zoo even vermelde leeraren bij het middel-

— I ^41 ~r i 2 ^46 -r 2 2 Qi7 \h 2 Qfö + baar en hooger onderwijs het jaar van aanstelling bekend.

r y n \1 1 «o tt Deze groep is echter van te groot gewicht om daarmede op

^67j X w: ^40} ^40} dezelfde wijze te handelen als bij de leeraren is geschied. De WDQ1.- n (3) i . a, , , . , . , voor deze rubriek gevolgde methode berust op het feit dat de waarin Qx = vx Bx ix _ , kx _ f, en de beteekenis der leeftijden van aanstelling in den regel zeer weinig verschillen, zooietters zonder meer duidelijk is. dat het mogelijk is met groote nauwkeurigheid den gemiddelden

Bovenstaande pensioenfactoren gelden voor de voorstellen der Staatscommissie; de overeenkomstige formules voor den

34

Sluiten