Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Strikt genomen zou hiermede kunnen volsta:tn worden, waar de meerderheid der Staatscommissie zich ten aanzien van het weduwe- en weezenpensioen, beperkt tot het argument deivereenvoudiging in de administratie.

Toch wenschen de ondergeteekenden ook de vraag onder de oogen te zien, of de argumenten, die in de memorie van toelichting meer in het bij zon der-voor een premievrij eigen pensioen worden aangevoerd, het toepassen van elke korting, dus ook die voor het weduwe- en weezenpensioen, veroordeelen.

In de eerste plaats wordt in die memorie gevraagd hoe, nu het besluit is -genomen, om den werkgever en hem alleen, voor de bijdrage van de invaliditeits- en ouderdomsverzekering van de arbeiders te doen opkomen, een andeistelsel voor de ambtenaren zou te verdedigen zijn. De ondergeteekenden zouden die verdediging willen voeren aan de hand van de memorie zelve, waar deze doet opmerken, dat het niet de vraag is, wie de premie betaalt, maar wie haar draagt. Indien de wetgever de verplichting om de premie te betalen, aan den werkgever oplegt, zal dit nog geenszins medebrengen, dat deze ook inderdaad die premie zal dragen. De vergelijking tusschen de voor den particulieren werkgever gedachte regeling en die van do pensionneering van het overheidspersoneel gaat, naar de meening van ondergeteekenden, niet op. In het particuliere bedrijf doet de wet van vraag en aanbod zich ten aanzien van de regeling der loonen van de werknemers in belangrijk sterker mate gevoelen dan het geval is bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van het personeel in overheidsdienst. De particuliere loonen passen zich veel sneller en vollediger aan bij de omstandigheden dan die, welke uit de openbare kassen worden betaald. Men moge verschillend denken over het antwoord op de vraag of het tegenwoordig peil der arbeidsloonen in de particuliere bedrijven zal gehandhaafd kunnen worden, in ieder geval is de mogelijkheid geenszins buitengesloten, dat, bij eene daling van de abnormale prijzen van het oogenblik, ook de loonen tot een lager peil zullen worden teruggebracht. Ten aanzien van het overheidspersoneel is zulks echter buitengesloten. De meerderheid der Staatscommissie erkent de juistheid hiervan waar zij schrijft, dat practisch niet zal geschieden wat. in het afgetrokkene zeer wel denkbaar zou zijn t.w. dat de salarissen der ambtenaren werden verminderd met het percentage, dat thans voor het pensioen door de betrokkenen zeiven wordt betaald.

Zij voegt hieraan toe, dat wèl vaststaat, dat het premievrije pensioen een volgende loonsverhooging, die met de pensioenbijdrage, indien deze gevorderd werd, ongeveer zou gelijk staan, onnoodig zal maken en dat dus vermoedelijk op den duur hetgeen de pensionneering van de publiekrechtelijke corporaties voortaan meer zal kosten, tot op zekere hoogte zal worden opgewogen door lager uitgaven voor salarieering.

Hiermede zijnvde ondergeteekenden gekomen tot het laatste der voor het premievrij pensioen aangevoerde "argumenten. Zij kunnen aan dat argument geen gewicht hechten. Onder vooropstelling van de erkenning, dat de vrijstelling van premie voor de publiekrechtelijke lichamen een zuiver verlies beteekent en voor de ambtenaren eene verhooging van salaris, welke geheel afgescheiden van de vraag of voor een dergelijke verhooging termen aanwezig zijn, wordt toegekend, opent het argument, het vooruitzicht, dat op den duur op het voor de salarieering beschikbaar te stellen bedrag zal worden bespaard hetgeen de vrijstelling van premie reeds aanstonds aan de publiekrechtelijke lichamen meer zal kosten. De ondergeteekenden zullen zich niet in beschouwingen begeven omtrent de vraag of deze verwachting, in de practijk ook inderdaad zal verwezenlijkt worden. Maar geheel afgescheiden hiervan, wenschen zij er op te wijzen, dat, hoe aanlokkelijk het vooruitzicht ook moge schijnen, dit niet zal kunnen verhinderen, dat de belastingbetalers met een, ook voor deze tijden niet onbelangrijk aantal millioenon, als gevolg van de vrijstelling van elke premie, zullen bezwaard moeten worden. Het begrip „op den duur" is uiterst rekbaar. Over de geheele lijn zijn in de laatste jareri de salarissen van het overheidspersoneel belangrijk verhoogd. Weliswaar is met

Sluiten