Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hierbij wordt opgemerkt, dat bij deze becijfering uitsluitend rekening is gehouden met de tegenwoordige salarissen. Gesteld, dat het totaal dier salarissen als gevolg van eene nieuwe traktementsregeling met f 25 000 000 toeneemt, dan zou de zooeven bedoelde stijging der Rijksuitgaven, in stede van f 36 300 000, bedragen f 42 300 000.

Het is hier uit den aard der zaak niet de plaats om een overzicht te geven van den toestand van 's lands financien en van de talrijke en zware eischen, welke in de allernaaste toekomst nog aan de schatkist zullen gesteld worden. Doch ook zonder zoodanig overzicht vreezen de ondergeteekenden geen tegenspraak, wanneer zij de stelling neerschrijven, dat die toestand het tot eene dwingende noodzakelijkheid maakt elke uitgave, die niet strikt noodzakelijk is, achterwege te laten. Dat, naar hunne meening, onder die uitgaven moet gerangschikt worden de opoffering, welke van het Rijk zou gevorderd worden door het besluit om voor het pensieen der nagelaten betrekkingen geene bijdrage van het personeel te vorderen, zal, na het bovenstaande, geen betoog behoeven. Deze opoffering is, berekend naar de tegenwoordige traktementen, te stellen op een j'aarlijksch bedrag van omstreeks f 7 600 000. Dit bedrag stijgt, bij eene vermeerdering der salarissen met f 25 000 000, tot omstreeks f 9 000 000.

Op de hierboven uiteengezette gronden zijn de ondergeteekenden van oordeel, dat het niet wenschelijk en niet te rechtvaardigen zou zijn, op het door hen bestreden punt het voorstel van de Staatscommissie te volgen. Zij veroorloven zich in overweging te geven, dat voorstel in dien zin te wijzigen, dat, tot volledige dekking van de pensioenen der nagelaten betrekkingen, eene premie van 7 ten honderd der pensioensgrondslagen tot een maximum van f 3000, van de burgerlijke ambtenaren en met hen thans gëlijkgestelden wórde gevorderd, terwijl ten aanzien van het overig, in de regeling betrokken, personeel, aan de corporaties, in wier dienst dat personeel werkzaam is, de bevoegdheid ware te schenken eene gelijke korting op de jaarwedden van de pensioengerechtigden toe te passen.

(w.g). Trip.

Mulder.

Dr. D. Snoeck Hehkemans. G. C. von Weiler.

Sluiten