Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l* VERGADERING

van de Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, inzake het burgerlijke pensioenwezen, op Zaterdag 12 Januari 1918, 's morgens om 11£ uur, in het gebouw van het Departement van Justitie.

Aanwezig zijn alle leden, uitgezonderd met kennisgeving de voorzitter. De heer Mulder neemt diens plaats in.

Tot het mondeling toelichten harer schriftelijke wenschen inzake het pensioenwezen zijn uitgenoodigd de Nederlandsche Federatieve Bond van Gemeentewerklieden en de RoomsehKatholieke Bond van personeel in dienst van openbare lichamen en bedrijven ,,St. Paulus", welke bonden samenwerking verzocht en verkregen hebben met den Christelij ken Bond van personeel in Publieke dienst, met den Algemeenen Nederlandschen bond van losse rijkswerklieden en de Fede-, ratie van R. K. Ambtelijke organisaties van Rijks-, Provincie- en Gemeente-Personeel, welke vereenigingen mede vertegenwoordigd zijn.

De heer Nuu, secretaris van den genoemden Bond ,,St, Paulus" zegt de commissie dank, dat zij de gelegenheid heeft willen verschaffen aan de vier vertegenwoordigde organisaties, om hare gemeenschappelijke wenschen nader uiteen te zetten. Spreker zou gaarne vóórop willen, vragen, of de Commissie ook de herziening van de pensioenwetten voor de minder geëmployeerden bij de zee- en landmacht in haren arbeid zal betrekken, spreker heeft dit reeds vroeger schriftelijk gevraagd en heeft toen als antwoord ontvangen, dat vermoedelijk in zake die*wetten een nadere opdracht aan de Commissie zou Worden gegeven, doch spreker vraagt thans of die opdracht reeds werd verstrekt.

Nadat de heer Mulder heeft medegedeeld, dat zoo'n opdracht de Staatscommissie nog niet heeft bereikt, wordt, op voorstel van den heer van Taack Tra Kranen besloten, dat de afgevaardigden hunne wenschen te dier zake naar voren zullen brengen, waardoor de Staatscommissie daarvan in ieder geval op de hoogte zal komen.

De eerste spreker wijst er vervolgens op, dat waar de arbeid der Commissie zich zal uitstrekken over de thans bestaande burgerlijke pensioenwet, de pensioenwet voor de gemeente-ambtenaren en voor de onderwijzers, het wenschelijk geacht wordt, om ook de provinciale ambtenaren en -werklieden onder de pensioenwet te brengen; de provinciale regelingen zijn op dit punt vaak onvolledig en staan achter bij de Rijkswetten.

De heer Wesselingh, sprekende namens den federatieven bond, bepleit eene pensioenregeling voor hen, die aangewezen zijn, om in de toekomst gemeenteambtenaren te worden, d.w.z. voor hen, die in dienst zijn van bedrijven, die mettertijd door de gemeenten zullen worden geëxploiteerd; Spreker wijst op de voorbeelden te Amsterdam, als van de Imperial gas assiciation, de "omnibus maatschappij e.a. Stelselmatig worden meerdere bedrijven door de gemeente geëxploiteerd, waardoor een arbeids- en pensioenregeling voor de, daarbij werkende, personen noodzakelijk is. Spreker meent, dat waar aan de concessionnarissen verplichtingen worden opgelegd betreffende het loon e. a., in de concessies evenzeer bepalingen over de pensioenrechten kunnen worden opgenomen.

De heer van Róoijen (voorzitter ,,St. Paulus") vraagt iets dergelijks voor het personeel bij z. g. semi-publiekrechtelijke bedrijven, als b.v. de ziekenhuizen. Besproken wordt vervol-

Sluiten