Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/! VERGADERING

Tan de Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, inzake het burgerlijke pensioenwezen, op Zaterdag 19 Januari 1918, 's morgens om 10^ uur, in het gebouw der Pensioenraden.

Aanwezig zijn alle leden, uitgezonderd met kennisgeving de heer Dr. Turesma.

Tot het mondeling toelichten zijner schriftelijke wenschen inzake het pensioenwezen is uitgenoodigd Dr. K. H. M./van der Zande, inspecteur van het landbouwonderwijs te 's Gravenhage, die er allereerst op wijst, dat de verplichte korting van 12% pet. voor de meeste ambtenaren bij hunne eerste aanstelling bijzonder drukkend is. Gedurende de eerste vier jaren wordt door de ambtenaren belangrijk minder ontvangen dan het salaris bedraagt, waarop zij worden benoemd, waardoor zij in geheel andere maatschappelijke condities komen te verkeeren. Spreker zou het veel beter achten, indien het li ijk de pensioenstortingen voor zijn rekening nam of indien de stortingen in den vorm eener -doorloopen de korting konden worden betaald. Spreker wijst er op, dat, onder de bestaande omstandigheden, voor sommige functies moeilijk de meest geschikte candidaten kunnen worden verkregen en noemt in dit verband o. a. de betrekking- van vast leeraar aan een land- of tuinbouwwinterschool en van amanuensis bij inrichtingen van onderwijs.' Door het invoeren eener doorloopende korting zou het grootste bezwaar in ieder geval ondervangen worden. In de tweede plaats acht spreker het gewenscht, dat, in sommige gevallen,- diensten in particuliere betrekkingen bewezen, doch die geheel uit Rijksgeld worden bezoldigd,' bij de berekening van het pensioen in aanmerking worden gebracht. Spreker wijst in dit verband op de consulenten in dienst van provinciale landbouwmaatschappijen, als zuivel- en veeteeltconsulenten, die een particuliere betrekking bekleeden van openbaar belang en die dan ook indirect dóór den Staat worden betaald.

De Voorzitter,, de heer Von Weiler, wijst er op, dat voor het pensioenrecht in ieder geval een dienstverband vereischt wordt, hetzij een direct, hetzij een zijdelingsch; hetgeen door Dr. van der Zande wordt verlangd is van verdere strekking dan de vereisen ten welke door de pensioenwet voor zijdelingschen Staatsdienst zijn gesteld.

Na eene desbetreffende vraag van Dr. Snoeck Henkemans blijkt, dat Dr. van der Zande zoowel wanneer de belanghebbende in 's Rijks dienst overgaat, doordat zijn particuliere betrekking Rijksbetrekking wordt, als wanneer hij in eene andere functie Rijksambtenaar wordt, gaarne zou zien, dat de gelegenheid werd gegeven om vroegere, zooals hoven besproken, particuliere diensten, dóór het betalen van een inkoopsom, geldig te maken voor pensioen.

e'> 'a 10

Sluiten