Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s> VERGADERING

Yan de Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, inzake het burgerlijke pensioenwezen, op Zaterdag 26 Januari 1918, 's morgens om Ui uur, in het gebouw van het Departement van Justitie.

Aanwezig- zijn alle leden.

Tot het mondeling toelichten zijner schriftelijke wenschen, inzake het pensioenwezen is uitgenoodigd de heer J. Koene te Leiden, die er op wijst, dat hij in 1889 werd aangesteld door den toenmaligen conservator dr. Pleyte, derhalve zonder eene formeele aanstelling door iemand, die niet tot aanstellen was bevoegd. Dr. Pleyte handelde echter in opdracht van den directeur, den heer C. Leemans, die eene voorloopige aanstelling mocht verleenen. Spreker heeft zich, in verband hiermede, in 1905 tot het Departement van Binnenlandsche Zaken gewend, waar hij werd verwezen naar de afdeeling Comptabiliteit, aan die afdeeling liet spreker z'n officieuse aanstelling achter en heeft er verder niets van gehoord. Spreker doet opmerken, dat talrijke ambtenaren in dezelfde omstandigheden verkeeren en zou gaarne zien, dat de gelegenheid werd gegeven die vroegere diensten in te koopen, ten einde ze geldig te maken voor pensioen.

De Voorzitter, de heer Von Weiler, kan aan spreker mededeelen, dat een wetsontwerp, die materie regelende, reeds bij de Tweede Kamer is ingediend. Dit ontwerp betreft Speciaal eene regeling voor het verleden, in het vervolg zal streng op het overleggen van eene aanstelling worden gelet.

De bijeenkomst wordt dan gesloten.

De gehoorde persoon heeft later verklaard, met deze notulen accoord te gaan.

De Voorzitter,

Sluiten