Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^VERGADERING

van de Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, inzake het burgerlijke pensioenwezen, op Donderdag 14 Februari 1918, 's morgens om 12 uur, in het gebouw der Pensioenraden.

Afwezig met kennisgeving de Voorzitter, en Mr. Trip. Het presidium wordt waargenomen door den heer Mulder.

Tot het mondeling toelichten van den wensch tot opname* van het personeel in het Rijkspensioenfonds is uitgenoodigd de Vereeniging voor doofstommenonderwijs te Amsterdam, welke vereeniging wordt vertegenwoordigd door de heeren Prof. Dr. H. Burger en B. van Ogtrop.

Professor Burger herinnert er aan, dat in een adres, vroeger aan de Staatscommissie gericht, reeds er op werd gewezen, dat het opnemen van het personeel, werkzaam bij het doofstommenonderwijs, eene dringende zaak is, omdat daarmede vrij wel het geheele onderwij s staat of valt!

Zoolang aan de onderwijzers geene zekerheid voor de toekomst kan worden gegeven, is de animo om bij het doofstommenonderwijs geplaatst te worden natuurlijk gering, ook al zijn de salarissen hooger dan bij het gewone onderwijs. Uit den aard der zaak heeft de vereeniging uitstekende onderwijskrachten noodig, terwijl de onderwijzers, die aan de school verbonden zijn, door solliciteeren moeite doen om andere betrekkingen te verwerven, omdat zij geene zekerheid hebben voor de toekomst. Zij worden door de vereeniging wel is waar-bij eene levensverzekeringmaatschappij verzekerd, doch dit geschiedt natuurlijk min of meer gebrekkig en het verschaft den belanghebbenden nooit die zekerheid, welke een pensioenrecht van den Staat hun geeft. Spreker is dikwijls bij de Departementen van Binnenlandsche Zaken en Financiƫn geweest, waar hem gaarne ondersteuning werd toegezegd, doch waarmede verder blijkbaar geen voortgang is gemaakt.

De heer Tra Kranen doet opmerken, dat de gewenschte pensioensbepalingen ongetwijfeld zullen komen, zoodra het Rijk zich de materie van het vakonderwijs zal hebben aangetrokken, m. a. w. zoodra eene wettelijke regeling daarvan zal zijn tot stand gekomen. ^ *-

Professor Burger vreest dat eene zoodanige wettelijke regeling tot de vrome wenschen zal blijven behooren; zij zal ook moeilijk te maken zijn, omdat de inrichting en bepalingen der verschillende instellingen,. waar vakonderwijs wordt gegeven, overal varieeren.

De Voorzitter wijst er op, dat de vereeniging zich wellicht zou kunnen wenden tot het Gemeentebestuur van Amsterdam ; waar de vereeniging eene groote subsidie van de gemeente ontvangt, zouden de onderwijzers, mits hunne benoeming door het gemeentebestuur geschiedde, als gemeenteambtenaren kunnen worden aangemerkt en als zoodanig recht op pensioen kunnen verwerven.

Sluiten