Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkele der leerkrachten zijn toen door eene afzonderlijke wet in het Rijkspensioenfonds kunnen blijven. Waarom kan iets dergelijks niet voor .alle onderwijzers bij bet buitengewone onderwijs tot stand komen? Spreker acht eene wettelijke regeling ook"niet goed mogelijk, ook omdat die z. i. nood»wendig in strijd zal komen met de Leerplichtwet.

De Voobzitteb vreest dit gevaar niet, de L. O.-wet schrijft voor deze scholen geen leerplicht voor. Spreker weet dat de kwestie van eene wettelijke regeling aan het Departement van Binnenlandsche Zaken overwogen is en gelooft niet, dat de regeling onmogelijk is. •

De .heer Elenbaas gelooft ook niet, dat de wet op de Leerplicht een bezwaar zal zijn; spreker vraagt of door de betrokken vereenigingen wel voldoende moeite is gedaan, om eene zoodanige wettelijke regeling te verkrijgen, een aandrang bij den Minister van Staat, Minister van Binnenlandsche Zaken lijkt gewenscht; eene regeling bij algemeene maatregel van bestuur zal desnoods mogelijk zijn.

De heer Schbeudeb vreest wederom voor formeele bezwaren en gelooft, dat het initiatief door één der Kamerleden zal moeten genomen worden om de gewenschte regeling te krijgen.

Nadat de heer Ninck Blok nog heeft' gewezen op het kleine aantal dezer onderwijzers, zoodat de financieele kosten gering zullen zijn, wordt de bijeenkomst gesloten.

De gehoorde personen hebben nader verklaard, met deze notulen accoord te gaan.

De Voorzitter,

Sluiten