Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2o. Bepalingen van publiekrechtelijken aard, overgenomen uit de bestaande K. O.

intusschen vindt men in dit ontwerp behalve een zuiver privaatrechtelijke regeling ook publiekrechtelijke voorschriften, voor het grootste deel overgenomen uit de bestaande K. O.

Vooral den werkgever worden verschillende verplichtingen opgelegd van den aard als bij de Nederlandsche arbeidswet bekend, dus van publiekrechtelijken aard. b. v. verplichting tot verschaffing van geneeskundige behandeling en verpleging, enz.

De handhaving daarvan wordt gewaarborgd door strafbepalingen (zie ontwerp art. 32).

De bestaande K. O. kende voor den arbeider slechts weinig verplichtingen van publiekrechtelijken aard; daaronder kan gerekend worden de verplichting om bij rampen van hooger hand, of bij dreigend gevaar, den beheerder en diens personeel hulp te verleenen.

Het was eene juiste gedachte van den ontwerper der vrijearbeidsordonnantie (den heer van Lier) niet nakoming dezer verplichtingen met (publiekrechtelijke) straf te bedreigen.

In het ontwerp art. 20, al 4 t/m 8 hebben wij bedoeld den arbeider te verplichten indien in het belang van den gezondheidstoestand op de onderneming en in andere gevallen, zich geneeskundig onderzoek, behandeling en verpleging te laten welgevallen.

Waar de wetgever de inrichting van een kostbaren sanitairen dienst door den werkgever beveelt en middels strafbedreiging daartoe dwingt is een noodzakelijk gevolg daarvan eene wettelijke verplichting van den arbeider, zich hygiënische en geneeskundige verzorging te laten welgevallen, in zijn eigen belang, in het belang der andere arbeiders en van den werkgever, dus in het algemeen belang.

In tijden van voedselschaarschte op Java is het voorgekomen dat 60 pet. der candidaat-immigranten werden afgekeurd. De hieraangekomen immigranten behoeven vaak eene langdurige geneeskundige behandeling wegens malaria, wormziekte en andere ziekten waaronder die door ondervoeding veroorzaakt, voor dat er aan gedacht kan worden, hun eenigen arbeid van beteekenis op te dragen.

Waar het niet aangaat, den Javaanschen arbeider, wanneer hij te weinig ontwikkeld, te zeer behept met vooroordeelen, te weinig vatbaar voor rede is, de keus te laten, naar welgevallen al dan niet van de gelegenheid tot geneeskundige behandeling gebruik te maken, daar leidt de consequentie er toe, den arbeider daartoe eenvoudig te verplichten middels bedreiging met straf (ontwerp art 33 al. 2).

Ten slotte is handhaving van orde en tucht op de onderne-

Sluiten