Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

319. Gelouighe — Hoe sich die —, die een suster ofte vrouwe tot hem

neempt, draghen of sy beyde haer tegen den ander hebben sullen. Wat houwen ende trouwen te seggen: ende waer toe die Echt nut goet ende orber van G. ingheset is. Een clare berichtinge. [Door David Jorisz.]. Z. pl. en j. [c. 1540]. 8°.

24 bl. Duitsch-Goth. letter. Het 5e boekje in den band no. 321.

320. Offerhande — Van die — ende gauen, die een Christen den here

daegelieks sculdich is, een schoen bericht des leuendigen verstants. [Door David Jorisz]. Z. pl. [c. 1540]. 8°.

16 bl. (het laatste blank). Duitsch-Goth. letter. Tekst-aanwijzingen op den kant. Het tweede stuk in den snb 321 beschreven band.

321. Troost, Raet, Leere ende onderwysinge, Inholdende enen gehelen

gront der eewiger gerechticheyt, duecht ende waerheyt: voer alle beswaerde becommerde zielen. [Door David Jorisz]. Z. pl. 1542. 8°.

20 bL Duitsch-Goth. letter. — Op dan titel in hs. de letters D. J.

Dit boekje is het eerste van een bundel van 7 boekjes van D. J., alle zonder auteursnaam, alle in dezelfde letter gedrukt, in een 16eeeuwsch bandje: hout met leder overtrokken, resten van sloten, paneelstempel: de annunciatie. In 17e-eeuwsch schrift is aangeteekend, welke stukken later (a°. 1610) herdrukt zijn; niet herdrukt is een stukje, als het derde aangeduid, bl. B 1—7 van het hier beschreven boekje: „Iegelick neem waer ende sie op alle sijn werck, wille ende woort"... (n. 302,305, 318—322).

322. Yermaninghe — Een seer goede — off onderwysinghe voor alle

goetwillighe Godtureesende herten des Gelooffs. Van die groetinghe Ghenade ende Vrede in G. den Vader doer Jesum Christum. etc. [Door David Jorisz]. Z. pl. [1542—43]. 8°.

24 bL Duitsch-Goth. letter. De beide stukken ieder met eigen titelblad; een derde stuk „Wten Monde stemmelick ghesprooken sluit zonder eigen titel bij het tweede aan. Elk van de drie stukken heeft aan het slot de aanwijzing Wtghegheuen inder Maent (resp.) Martio 1642, Octobri 1542, Janurio 1642. — Het zevende boekje in den band, beschr. onder no. 321.

Sluiten