Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage I.

Brief van de Nederlandsen-Indische Spoorweg-Maatschappij gedateerd 'sGravenhage, 15 September 1875 No* 676.

Aan zijne Excellentie den Minister van Koloniën.

Bij brief van den 21 Julij No. 596, verzochten wij Uwe Excellentie ons mede te deelen, of het Uwe Excellentie zou kunnen behagen voorstellen omtrent den aanleg van spoorwegen in Midden-Java, eventueel door ons in te dienen, in overweging te nemen.

Het antwoord dat wn' de eer hadden te ontvangen bu' Uwer Excellenties missive , van den 4 Augustus La Az No. 31 bragt ons eenigzins in verlegenheid. Daarin toch wordt gezegd, dat het ons vry staat voorstellen in te dienen, indien wn' meenen dat die na de beslissing der Wetgevende Magt voor de Regering aannemelijk zijn.

Volgens Uwer Excellentie's missive van den 12 April La Az No. 44, welke in de latere wordt aangehaald en bevestigd, zouden geen voorstellen aannemelijk zijn waarbij concessie met Staatshulp gevraagd wordt.

Dat dit de bedoeling zou zijn van de Wetgevende Magt is echter noch uit de gewisselde stukken, noch uit het gesprokene bij de behandeling der wet op den aanleg van Staatsspoorwegen, op te maken.

Evenmin kan dit de bedoeling zn'n van de Regering.

Het zou toch ongerijmd van ons zijn te veronderstellen, dat deze zou meenen bn' magte te wezen alle spoorwegen waaraan vroeger of later behoefte zal zijn van Staatswege te doen aanleggen: zoo magtig is nog geen Staat geweest, dat kan zelfs Nederland met zijnen overal elders onbekenden rijkdom in zijn eigen klein gebied niet doen; daar zelfs wordt de hulp van particulieren aangenomen en worden subsidiën verleend.

Het zou even ongerijmd zijn aan te nemen dat de Regering meende dat spoorwegen op Java door particulieren aangelegd kunnen worden zonder Staatshulp — zij weet zeer goed dat dit alleen bij uitzondering en' voor korte lynen mogelijk is. Evenmin kan de Regering bedoelen eerst omtrent het aanleggen van meerdere spoorwegen op Java eene beslissing te zullen nemen nadat de uitslag van de nu begonnen proef» bekend is want dat zou bijna gelijk staan met eene weigering om in die behoefte te voorzien.

Sluiten