Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De aanleg toch kan niets leeren dan dat die weg voor zekere som gebouwd is, maar nooit het bewijs leveren dat hn' door particulieren aangelegd, meer of minder zou hebben gekost.

Eerst nadat hij eenige jaren in exploitatie is geweest, zal men kunnen vermoeden, niet eens weten, of de voordeden die de Regering van dezen spoorweg trekt, grooter zijn bij eigen exploitatie, dan zn' bij exploitatie door particulieren zouden zn'n. Maar zelfs bij gunstigen uitslag zal dit nog niets bewijzen voor andere spoorwegen, omdat deze de eenige is van de niet bestaande, waarvan vooruit te zeggen is, dat de exploitatie, hoe ook beheerd, rentegevend zal zijn Zoovele jaren, minstens 7 of 8, zal de Regering zeker niet allen verderen spoorwegbouw op Java wenschen uit te stellen.

Wij meenen dan ook na»r de bedoeling der Regering te handelen, door gebruik te maken van de vrijheid ons door Uwe Excellentie verleend om de hierbij gevoegde voorstellen in te dienen. Wn' gaan daartoe te meer over, omdat wn' het billijk en in 's lands belang wenschelijk achten dat de Regering met onze Maatschappij onderhandde.

Overal wordt het billijk geacht dat de baanbrekers ten minste geen schade lijden.

Wij veroorloven ons in navolging van hetgeen zooveel malen is gedaan te wijzen op het voorbeeld in Britsch-Indië gegeven.

De Regering stelde de Spoorwegmaatschappijen geheel vrij van de terugbetaling der voorschotten wegens rentegarantie en schonk aan een dezer, de South-Eastern and Calcutta, die op de exploitatie verloor, niet alleen het volle kapitaal met de renten, maar zelfs de verliezen door haar geleden (Julant Denvers 1867—1868 blz. 30). Ook hjer moet het daarom billijk zijn, dat zoo al niet vergoeding voor geledene verliezen, dan toch de kans tot het verkrijgen van eene behoorlijke rente verleend worde aan eene Maatschappij, die nooit aan hare verpligtingen omtrent de Regering is te kort gekomen, en door de baan te breken, groote diensten aan den lande heeft bewezen.

Het is waar, dit is geschied ten koste van de aandeelhouders, en deze zouden daarvan het bestuur een verwijt hebben kunnen maken. Zn' hebben het echter nooit gedaan en het zal daarom nog minder gedaan kunnen worden door de Regering welke er door gebaat is geworden. Is het niet billijk dat deze dat erkenne, door het bestuur te helpen de grieven van die aandeelhouders weg te nemen?

Wij weten wel dat bij velen het denkbeeld voorheerscht dat de Maatschappij niet hare verpligtingen omtrent de Regering is nagekomen. Zelfs door de Regering werd de geschiedenis der Maatschappij met bemoedigend genoemd voor het verleenen van concessies. Gelukkig is slechts eenmaal van regeringswege een dergelijk oordeel uitgesproken en was dit zeker alleen het gevolg van mindere bekendheid met die geschiedenis, zooals ze o.a. is medegedeeld in het verslag der Maatschappij uitgebragt

Sluiten