Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eerste was ook reeds door ons gesteld, omdat, daar de nieuwe en alle overige spoorwegen op Java met smal spoor gebouwd worden of zyn, die van Samarang naar de Vorstenlanden, met het breede spoor, geheel geisoleerd zou worden en een afzonderlijk materieel, eene afzonderlijke exploitatie voor de oude en nieuwe deelen van ons spoorwegnet noodzakelijk zou zijn. De uitgaven zouden daardoor meer toenemen dan de rente van ons aandeel in de versmalling bedraagt.

Dë Staat betaalt van de kosten de helft, tot een maximum van een millioen gulden. Ons aandeel komt ten laste van de fondsen voor vernieuwing van het rollend materieel en den bovenbouw van den weg.

Omtrent den verkoop van de concessie Batavia-Buitenzorg was het niet zoo gemakkelijk een besluit te nemen. Wij zouden eene goede winstgevende lijn opgeven, om andere zeker aanvankelijk minder winstgevende te verkrijgen. Wn' overwogen dat die winst echter niet zeker is en de toename ervan grootendeels afhankelijk van de rigting aan den spoorweg naar de Preanger-regentschappen te geven, dat daarentegen de nieuwe lijnen, althans voor de eerste 40 jaren, vaste inkomsten geven, en dat het groote voordeel wordt verkregen van meerdere concentratie van onze ondernemingen, dat is, betrekkelijk minder uitgaven voor beheer en exploitatie. Het bestuur der Maatschappij besloot daarom in den verkoop toe te stemmen, op voorwaarde dat de prijs niet minder zou zn'n dan de gekapitaliseerde tegenwoordige winst; de vermoedelijke toename van die winst werd dan gesteld tegenover het verkrijgen van de concessie in Midden-Java. De dus berekende prijs, hoewel zeer matig, is echter voldoende om voor een deel goed te maken de schade welke aandeelhouders Inden, door hetgeen de aanleg van den spoorweg Samarang-Vorstenlanden gekost heeft, boven het gegarandeerde kapitaal.

De concessie Samarang-Vorstenlanden had twee groote gebreken. Het eerste, dat de rente-garantie a 4% pet. juist voldoende was voor de rente der leeningen, zoodat de aflossing er van geheel gevonden moest worden uit het gedeelte van de rente-garantie voor aandeelhouders bestemd, is bn' de nieuwe concessie grootendeels weggenomen. De rentegarantie bedraagt namelijk 5 pet. zoodat, wanneer de rente gelijk vroeger 414 pet. is, y% pet. voor aflossing zal kunnen worden gebruikt, en dus het aandeelhouders toekomende met zooveel minder wordt bezwaard.

Het tweede gebrek van de vroegere concessie is, dat toen het gegarandeerde kapitaal niet voldoende was om den aanleg te bekostigen, de rente en aflossing van het meer benoodigde gevonden moest worden uit de inkomsten van aandeelhouders. Bn' de nieuwe concessie is hoogstwaarschijnlijk het gegarandeerde kapitaal groot genoeg om de wegen te bouwen en in exploitatie te brengen, maar mogt dat niet het geval zn'n, dan kan nog het noodige kapitaal worden opgenomen, zonder dat daardoor het dividend onder 5 pet. daalt. Zoo lang toch de inkomsten niet

Sluiten