Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2o. indien de spoorwegen niet binnen den bij art. 22 voorgeschreven tijd

in exploitatie zijn gebragt; 3o. indien er, met betrekking tot den aanleg van een dubbel spoor, niet

voldaan wordt aan het voorschrift van art. 2.

De vervallenverklaring geschiedt door den Koning.

Art. 56.

In geval van vervallenverklaring wordt deze concessie ingetrokken.

De voorschotten, door den Staat volgens art. 71 en 72 verstrekt, kunnen in dit geval onmiddellijk teruggevorderd worden.

De Gouverneur-Generaal is bevoegd bij de vervallenverklaring zich te stellen in het bezit van de wegen, van het materieel en van al wat tot een en ander behoort, ten einde, zoo zulks noodig wordt geacht, in het publiek belang den dienst voort te zetten, ten bate en schade van de Maatschappij.

Hij is gedurende een jaar na de vervallenverklaring bevoegd zich de geheele onderneming met al hare baten en lasten toe te eigenen, tegen betaling eener vergoeding, te berekenen als volgt:

lo. wordt de concessie ingetrokken vóórdat zelfs een gedeelte van de wegen in exploitatie is gebragt, dan wordt de verkoopwaarde van de wegen, het materieel en al wat tot een en ander behoort, geschat door drie deskundigen, van weerszijden één en- de derde door het Hooggeregtshof van Nederlandsch Indië te benoemen.

Het Gouvernement betaalt alsdan de door die deskundigen geschatte waarde, verminderd met twintig ten honderd;

2o. .wordt de concessie ingetrokken nadat de wegen in hun geheel in exploitatie zijn gebragt, dan is de vergoeding gelijk aan het twintigvoud van de zuivere opbrengst, welke de onderneming heeft opgeleverd, berekend naar het gemiddelde van de laatst verloopen zeven jaren, na aftrekking van de twee voordeeligste jaren.

Heeft de intrekking plaats vóórdat de exploitatie zeven jaren heeft geduurd, dan wordt de vergoeding berekend voor het korter getal jaren, gedurende hetwelk de exploitatie plaats vond;

So. wordt de concessie ingetrokken nadat de wegen voor een gedeelte in exploitatie zijn gebragt, dan wordt de vergoeding berekend:

a. voor het gedeelte, dat nog niet in exploitatie was, naar den maatstaf hierboven bij lo aangegeven, met de aldaar vermelde vermindering;

b. voor het gedeelte, dat in exploitatie was, naar den maatstaf bij 2o. aangegeven.

In geen geval kan de vergoeding hooger klimmen dan 80 ten honderd van het bedrag van het bij art. 79 bedoelde kapitaal, verminderd

Sluiten