Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de spoorwegen en van al hunne aanhoorigheden aanleiding geven, komen ten laste van de Maatschappij, die daarmede alleen en uitsluitend belast bln'ft.

Art. 61.

Behoudens de bepaling van het tweede lid van art. 10 is de Maatschappij gehouden, op hare kosten, risico en schade, te ondernemen alle onteigeningen en alle werken, voorzien of niet voorzien, zonder eenige uitzondering of onderscheid. Evenzoo komen voor hare. rekening alle leveringen, onderhoud en vernieuwingen van materieel, waarvan de noodzakelijkheid zal blijken voor de volledige voltooning, het onderhoud en de exploitatie der spoorwegen tijdens den duur der concessie.

Deze bepaling wordt als grondslag der concessie beschouwd. Uitdrukkelijk wordt bedongen dat zij in al de gevallen, die zich kunnen voordoen, in den ruimsten zin zal worden, toegepast.

AFDEELING VII.

Van het beheer en van den werkkring der Maatschappij.

Art. 62.

De zetel der Maatschappij zal in Nederland gevestigd zijn.

Zn" wordt, onder toezigt van commissarissen, beheerd op zoodanige wijze als, onder goedkeuring van den Minister van Koloniën, bij hare statuten wordt bepaald.

Haar bestuurder of bestuurders en de commissarissen worden m de algemeene vergadering door stemgeregtigde aandeelhouders gekozen en

benoemd. ,, ,

De bestuurder, of, indien het bestuur uit meer dan een persoon bestaat, de meerderheid zijner leden, en minstens twee derden der commissarissen moeten Nederlanders zijn en hunne woonplaats in Nederland of in Nederlandsch-Indië hebben.

Een plaatselijk comité, op Java gevestigd, zal belast zijn met het bestuur en de uitvoering der zaken in Indië. De leden van het plaatselijk comité moeten Nederlanders zijn.

De magt van het bestuur in Nederland en van het plaatselijk comité van bestuur op Java wordt bij de statuten bepaald.

Art. 63.

De Maatschappij mag zonder magtiging des Konings geen nieuwe enderneming beginnen, noch in andere deelnemen.

Sluiten