Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFDEELING IX.

Bijzondere bepalingen betreffende de geldelijke aangelegenheden.

Art. 70.

Alle uitgaven voor de onteigeningen en het aanleggen van de bij deze concessie bedoelde spoorwegen, voor het aankoopen van vast en rollend materieel, alsmede nadeelige koersverschillen en kosten wegens het plaatsen van obligatiën en aandeelen, kosten aan het overmaken van geld verbonden en dergelijke, voorts kosten van beheer en van onderhoud, de laatste voor zooveel en zoolang de spoorwegen nog niet voor het publiek zn'n geopend, worden op eene algemeene rekening gebragt.

Deze rekening wordt ontlast met alle ontvangsten, welke door het te gelde maken der voor deze onderneming uit te geven aandeelen en obligatiën mogten verkregen worden boven het bedrag van acht en twintig millioen vijfhonderd duizend gulden (ƒ 28.500.000.) met alle winsten op het overmaken van gelden, met de opbrengst van niet meer benoodigde voorwerpen, en in het algemeen met alle baten die geacht kunnen worden de kosten van aanleg en van het in exploitatie brengen van deze spoorwegen te verminderen.

Zij wordt afgesloten uiterlijk zes jaren nadat de spoorwegen in exploitatie zn'n gebragt of zooveel vroeger als zn', na aftrekking der in ontvangst geboekte posten, eene som van acht en twintig millioen vn'f honder duizend gulden (ƒ 28.500.000.) bereikt heeft.

Ten laste dier rekening mogen mede gebragt worden alle tot op het tijdstip van hare afsluiting gedane uitgaven voor de voltooying van: de spoorwegen en wat daartoe behoort, mits niet afgeweken worde van de door den Gouverneur-Generaal goedgekeurde plannen, en alleen voor zoover deze uitgaven het bn' de voorgaande alinea bepaalde maximum niet doen overschrijden.

Deze rekening wordt onderworpen aan de goedkeuring van den Minister van Koloniën.

Art. 71.

De Staat waarborgt aan de Maatschappij eene rente van vijf ten honderd 'sjaars over het saldo der bn' art. 70 bedoelde rekening tot het genoemde maximum van acht en twintig millioen vijfhonderd duizend gulden (28.500.000.) en mitsdien tot een maximum, van rente ten bedrage van een millioen vierhonderd vn'f en twintig duizend gulden (ƒ 1.425.000.) 'sjaars.

Vóór de afsluiting der bh' de vorige alinea bedoelde rekening wordt de rente berekend van de dagteekening der stortingen op de voor deze onderneming uit te geven aandeelen en obligatiën en over het beloop

Sluiten