Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedr. stuk 1876-77 II. 205 No. 7.

MEMORIE VAN TOELICHTING.

§ 1. Toen in het Voorloopig Verslag der Tweede Kamer betreffende de Indische begrooting voor 1876 (bladz. 12) was aangedrongen op het verleenen eener nieuwe concessie aan de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij voor den aanleg en de exploitatie van spoorwegen in Midden-Java, antwoordde de vorige Minister van Koloniën.

„Het geval is denkbaar dat, ter bereiking van een gewenscht doel 't welk op andere wijze niet zou kunnen bereikt worden, de uitgifte eener concessie met staatshulp ook na de wet van 6 April 1875 (Staatsblad no. 61) nog kan te pas komen. Maar men zou dan te doen hebben met eene uitzondering op den regel. De regel moet, ingevolge de genoemde wet, voorstaan zijn dat in de behoefte aan spoorwegen op Java van staatswege wordt voorzien. Met het voor toepassing in Indië weinig vatbare stelsel van concessien met rentegarantie is door die wet gebroken".

De bedoeling der eerst aangehaalde wóórden is nader gebleken uit het Koloniaal Verslag van 1876, waar gezegd werd (bladz. 138): „De Regering was namelijk van oordeel dat, ook na de wet van 6 April 1875 (Staatsblad No. 61), nog aanleiding kon bestaan om aan de genoemde Maatschappij concessie voor dén aanleg van spoorwegen te verleenen, dewijl zij daarin een middel zag om, zonder te groote opofferingen, lo den spoorweg Batavia-Buitenzorg te doen overdragen aan den Staat, hetgeen noodig werd geacht met het oog op den aanstaanden aanleg van een staatsspoorweg uit de residentie Batavia naar de Preanger regentschappen en van eene haven bij Batavia; en 2o het spoor op de lijn Samarang-Vorstenlanden te doen versmallen tot de breedte van 1,067 M. voor de staatsspoorwegen op Java aangenomen".

Aan deze opmerking werd de navolgende mededeeling toegevoegd: „De Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij is niet in gebreke gebleven om voorstellen te doen. Zn' wenscht concessie met rentegarantie te verkrijgen voor twee verlengingen harer lh'n in Midden-Java, namelijk van Soerakarta naar Madioen en van Djokjokarta naar Tjilatjap. Zij heeft voorts uit eigen beweging voorgesteld het spoor op hare lijn in Midden-Java te versmallen met geldelijke hulp van den Staat; en zn' heeft zich ook, op een wenk van de Regering, bereid verklaard den spoorweg Batavia-Buitenzorg aan den Staat over te dragen. Hare voorstellen zijn, zoo hier te lande als in Indië, onderzocht, en er zijn onderhandelingen met hare directie gevoerd, maar deze hebben nog niet tot eene uitkomst geleid".

Sluiten