Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belang van den aanleg eener Staatslyn tegen eene aanzienlijke winst voor de ondernemers voor den Staat aan te koopen. Welke waarborg bestaat er, dat de Staat niet na eenigen tijd verpligt zal zijn op gelijke wijze te handelen met den spoorweg, voor welks aanleg men thans aan de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij concessie wil geven? Ter regtvaardiging harer handelwijze beroept de Regering (in § 1 der Memorie van Toelichting) zich wel op eene plaats in het Voorloopig Verslag der Tweede Kamer, betreffende de Indische begrooting voor 1877, alwaar de concessie-aanvrage der Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij gezegd wordt ernstige overweging te verdienen, en alwaar niet werd afgekeurd, dat de Regering stappen deed om de lijn Batavia-Buitenzorg over te nemen, doch de leden, wier gevoelen hier wordt medegedeeld, waren van oordeel dat, hoe streelend het moge zijn aan eene bladzijde uit een Verslag, vastgesteld door eene Commissie uit de Kamer, zulk eene waarde te zien toegekend, het toch wat ver gaat, wanneer hetgeen in den meest algemeenen zin als een door één of meer leden in de afdeelingen uitgesproken gevoelen wordt medegedeeld, door de Regering wordt aangenomen als de overtuiging der Kamer, waarnaar de Minister van Koloniën zich te gedragen heeft.

Te minder kon men zich met eene zoo groote afwijking van het beginsel der wet van 1875 vereenigen, omdat de eerste proef van Staatsaanleg op Java tot gunstige uitkomsten heeft geleid. Er is spoedig en, voor zoover men kon nagaan, goed gewerkt en van misbruiken is weinig vernomen.

Verklaarden zich, op grond van het aangevoerde, de voorstanders van Staatsaanleg tegen de strekking dezer voordragt, onderscheidene leden, hoewel in het afgetrokkene de voorkeur gevende aan spoorwegaanleg door particulieren, gaven te kennen, dat zij echter de voorgedragen afwijking der wet van 1875 evenmin konden goedkeuren.

Het viel huns inziens toch niet te ontkennen, dat juist op Java de proef met concessiën minder gelukkig is geslaagd. Mag het dan geene bevreemding wekken, dat nu wordt voorgesteld deze proef te herhalen? De gebreken der Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij heeft men leeren kennen en toch worden nieuwe concessiën verstrekt aan dezelfde Maatschappij. De ondervinding heeft aangetoond, hoe gevaarlijk het is spoorwegaanleg te ondernemen, zonder dat het kapitaal behoorlijk verzekerd is en niettemin mist men in de thans voorgestelde contracten de noodige waarborgen voor behoorlijke kapitaalvorming. Waarborgen voor rente en aflossing der opgenomen obligatiën geeft de Staat in ruime mate, maar er ontbreken waarborgen, dat het actienkapitaal der Maatschappij behoorlijk zal worden gevormd en dat dus de ondernemer in zijn belang den noodigen prikkel tot eene degelijke en zuinige uitvoering zal vinden.

Sluiten