Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alin. 3 Volgens de woorden der laatste alinea zou de vervallenverklaring na het einde van den verlengden termijn steeds moeten plaats hebben. Dit is vermoedelijk niet de bedoeling.

Art. 64, alin. 3 en alin. uit. spreken van een Raad van beheer, dien art. 62 niet kent.

Alin. uit. Omtrent dezen vorm van een pactum de compromittendo zie men het aangeteekende bij de Overeenkomst betreffende de spoorversmalling.

IXde Afdeeling. Algemeene beschouwing. Ten grondslag aan de geldelijke regeling ligt dat de weg met vast en rollend toebehooren niet meer zal kosten dan ƒ 81 000 per K.M.

Wanneer, door wien en met welke resultaten is de opneming van het terrein geschied, die voor het aannemen van dusdanigen grondslag onmisbaar is?

Men kwam terug op de vraag, welke wettelijke zekerheid wordt verkregen, dat de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij vóór alles ƒ 6 millioen eigen aandeelenkapitaal zal verwerken?

Welke wettelijke zekerheid erlangt men omtrent de hoegrootheid van het aandeelen-kapitaal? Welken wettelyken Waarborg tegen eventuele vermindering van. dat kapitaal?

Welk belang heeft de Staat er bh' om het noodige fonds, waartoe hn' zich toch direct en volledig als borg verbindt, niet zelf en uit eigen hoofde op te nemen, en het aan de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij voor de schieten? Ware dit niet veel eenvoudiger?

Art. 70, alinea 1. Wat bedoelt men met „kosten wegens het plaatsen van obligatiën en aandeelen"? Toch immers niets anders dan het gebruikelijke Vi pet. commissieloon voor makelaars? En wat met „koersverschillen wegens het plaatsen van aandeelen"? Daarbij aan nadeel van verkoop van aandeelen te denken, schijnt naar ons regt ongerijmd. Maar wat is dan wèl bedoeld? En waarom wordt geen duidelijker redactie gevolgd?

Alinea 2. Wat is het eigenlijke doel, dat men beoogt met de afsluiting van deze „algemeene rekening", zoodra zij ƒ 28i/2 millioen bereikt zal hebben? Wordt niet hare ontlasting volgens alin. 2, voor een deel afhankelijk gesteld van het bestel der bestuurders van de Maatschappij? Zorgen deze vóór alles voor het bereiken der afsluiting, dan kan er van ontlasting geen sprake meer komen.

De rekening zou volgens de by alin. 2 aangenomen redactie moeten worden ontlast met de opbrengst der geldleening, waarvan in art. 79,

Sluiten