Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sommigen meenden te mogen vragen, of de ondervinding niet geleerd heeft, dat de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij van de Regering wel eens ontheffing van lasten heeft weten te verkrijgen, die haar by de concessiën, gelijk ze ter kennisse der Kamer kwamen, waren opgelegd ?

Is dit zoo, dan lag hierin eene reden te meer voor uitbreiding der wettelijke bekrachtiging.

In dit verband, en ofschoon men (casu quo) de voorkeur gaf aan bekrachtiging der overeenkomsten in haar geheel, wees men nogtans bepaaldelijk op de volgende artikelen:

Concessie Samarang-Vorstenlanden; de artt. 46, 49—52.

Nieuwe concessie; de artt. 2, 15, 2i, 30, 38, 39, 44, 45, 47 53,

58, 59.

Overeenkomst betreffende de spoorversmalling; de artt. 1, 2, 3, 4 en 7.

Vastgesteld 3 Januarij 1878.

MIRANDOLLE. CORVER HOOFT. BREDIUS. VENING MEINESZ. VERNIERS VAN DER LOEFF.

Sluiten