Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage VIII.

Voorloopig Verslag der Commissie van Rapporteurs over het ontwerp van wet tot aanleg van de lijnen Sidoardjo-Madioen-Blitar en Buitenzorg-Tjitjalengka.

Gedr. stuk 1877-78. II. 131 No. 4.

§ 1. Bü' de overweging in de af deelingen der Kamer van het wetsontwerp tot verhooging der Nederlandsch-Indische begrooting, dienst 1878, werd door enkele leden de aanmerking gemaakt, dat de Memorie van Toelichting tot dit ontwerp ook de onderteekening had moeten dragen van den Minister van Finantien. De geldmiddelen van het moederland zü'n regtstreeks bij deze voordragt betrokken, in zooverre zij de bepaling inhoudt, dat de Indische bijdrage voor 1877 aan de Nederlandsche schatkist niet zal worden uitgekeerd. Al gaat men ook niet zoo ver van Indie als een debiteur te beschouwen, wiens schuld door het moederland wordt kwü'tgescholden, wordt toch door die bepaling een der middelen vervallen verklaard, bü' het vaststellen der Nederlandsche Staatsbegrooting voor 1877 tot dekking der Staatsuitgaven aangenomen, en geldt het dus hier eene zaak, die zeer bü zonder tot den werkkring des Ministers van Finantien behoort. Men voerde echter daartegen aan, dat het voorstel, al moet het op de Nederlandsche geldmiddelen invloed uitoefenen, zich geheel en al op het gebied der Indische begrooting beweegt. Op de bijdrage als sluitpost hebben alle posten van uitgaaf der Indische begrooting invloed en volgens de zienswüze der bedoelde leden zou dus elke Indische begrooting of wüziging daarvan door den Minister van Finantien moeten worden onderteekend.

Maar, werd eenigzins meer algemeen gevraagd, zoo men hier een •Refirermf/svoorstel voor zich heeft, hoe komt het dan, dat juist met opzigt tot de Indische büdragen, zoowel voor 1877 als voor de onmiddellyk volgende jaren, tusschen de verschillende in den laatsten tüd van Regeringswege bü de Kamer aanhangig gemaakte voordragten geen overeenstemming heerscht? In de Memorie van Toelichting tot het tegenwoordig wetsontwerp wordt op-blz. 3 gezegd, dat naar het oordeel der ,JRegering" de geraamde Indische büdrage voor 1877 niet aan de ryksmiddelen moet worden uitgekeerd, maar dat het vermoedelük saldo, 't welk de Indische dienst dien ten gevolge zal opleveren, aan de Indische middelen der dienst van 1878 moet worden toegevoegd. In de daarop volgende zinsneden der Memorie wordt het voornemen aangekondigd, om de kosten

Sluiten