Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden behandeld. Het komt er toch op aan, zeide men, om te beslissen, of het bn' den tegenwoordigen min gunstigen toestand onzer finantien raadzaam is, boven en behalve de reeds gedecreteerde of onder handen zijnde groote openbare werken in Nederland en in Indie, zooals spoorwegen, havenwerken, rivierverbetering, kanalen enz., nog geheel nieuwe van gelijken aard te ondernemen. Er waren onder deze leden, die nu reeds verklaarden, dat zij onder de bestaande finantiele omstandigheden aan den aanleg van nieuwe werken noch hier noch in Indie hunne stem zouden geven. Wat begonnen is en dus voltooid moet worden, zeiden zij, is meer dan genoeg voor onze finantiele kracht; het zou roekeloos zijn meer daarbij te voegen.

Tegen deze beschouwingen kwam men, in zoover zij de strekking hadden om den aanleg van nieuwe spoorwegen op Java te verwerpen of te verschuiven, van de zijde der meerderheid met nadruk op. De uitbreiding der spoorwegen in Oost-Indie zeide men, is eene levensquaestie voor onze bezitting en als krachtig middel om de volkswelvaart te verhoogen en daardoor den finantielen toestand van het land te verbeteren, mogt die aanleg nu vooral niet achterwege blijven. Niet enkelt geldt het daarbij de belangen van handel en nijverheid, maar ook een gewigtig staatsbelang. Het handhaven van een goeden geest zoowel bij de inlandsche bevolking als onder de op Java gevestigde Europeanen is bn' de zaak betrokken. Te regt zou men zich in Indie kunnen beklagen, nadat in Nederland een uitgebreid spoorwegnet vooral ook met Indisch geld is gebouwd, men thans aan Java die weldaad ontzegde, omdat, voor het oogenblik, het doel niet te bereiken is dan met staking der uitkeering van beschikbare Indische saldo's aan de Nederlandsche schatkist. Ook voor zoover die bijdragen beschouwd moeten worden als teruggave van uit de Nederlandsche schatkist voor Indie bestede kosten, is sedert eene reeks van jaren zulk een overgroot getal millioenen meer uit dezen hoofde in de schatkist gestort dan de bedoelde kosten met mogelijkheid geacht kunnen worden te bedragen, dat het hoogst onregtvaardig zou zn'n thans eene weigering te gronden op het niet beschikbaar blijven van vermoedelijke overschotten. Stelt men dat punt der bijdragen aan de Nederlandsche schatkist ter zijde, dan is er geen onmiddellijk verband tusschen het thans gedane voorstel en den algemeenen toestand der Nederlandsche finantien. Volgens dat voorstel zouden de spoorwegen op Java worden aangelegd uit voorhanden zijnde of nader te verwerven Indische geldmiddelen. Van eene geldleening voor de Indische spoorwegen is alleen voor de toekomst en onder mogelijke omstandigheden sprake. Men heeft zich met die eventualiteit thans niet bezig te houden. Al mogt zij ontstaan en in de gevolgen ook aan Nederland lasten opleggen, zou het de vraag zn'n of men, na al wat er gebeurd is, tegen die lasten zou mogen opzien,

Sluiten