Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontvangsten het vermoeden wettigt, dat ook dit renteloos voorschot weldra geheel zal zijn aangezuiverd, zoodat dan de Staat, zonder eenige opoffering, die lijn zou zien tot stand gebragt om daarvan, na afloop der concessie, geheel kosteloos eigenaar te worden. En ofschoon dit voofschot renteloos is, zijn door het tot stand komen van den genoemden spoorweg voor het Indisch gouvernement zoo aanzienlijke besparingen van uitgaven verkregen, dat daardoor het gemis van rente van het voorschot ruimschoots wordt opgewogen. De koffie van Djokdjo bijv., die, voordat de spoorweg bestond, tegen ƒ 4 per pikol naar Samarang werd vervoerd, betaalt thans slechts ƒ 2.85, die van Solo ƒ 1.24, terwijl de karrevrachten, waar nog van dat vervoermiddel moet gebruik gemaakt worden, door den mededinging van den spoorweg aanzienlijk zjjn gedaald. Voegt men daarbij de besparingen op de posterij, men zal, ofschoon berekeningen van dezen aard bezwaarlijk onder juiste cijfers te brengen zijn, met voldoende zekerheid kunnen aannemen, dat de voordeelen, die reeds nu door 's lands kas in dezen vorm verkregen worden, met eene aanzienlijke rente van het voorgeschoten geld gelijk staan. Met deze uitkomst voor oogen, en denkende aan de min gunstige finantiele verhouding van het oogenblik, werd van deze zijde ernstig betwijfeld of de Regering wel heeft gedaan, toen zij de overeenkomsten met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij geheel losliet. Enkele bezwaren tegen die overeenkomsten zouden toch welligt uit den weg geruimd hebben kunnen worden., doch dit schijnt zelfs niet beproefd te zijn.

In weerwil van dit alles waren er verscheidene leden, die, ook onder verwijzing naar het Voorloopig Verslag van 3 Januari 1878, zich in beginsel voor Staatsaanleg op Java'gestemd toonden. Men had niet alleen te denken aan de moeijelijkheden, waarin bij het verleenen van concessie de Regering tegenover maatschappijen kon worden gewikkeld, die in het dadeln'k bijeenbrengen van genoegzaam kapitaal faalden, in een land als Java was het niét wenscheln'k, dat alle spoorwegen in handen kwamen van magtige maatschappijen, die ligt een imperium in imperio konden vormen. In tijden van oorlog en hongersnood moest de Regering geheel onbelemmerd over de spoorwegen kunnen beschikken. De tegenwerping dat de Staat, wat het voor den aanleg benoodigde personeel betreft, niet over dezelfde krachten kan beschikken als eene particuliere maatschapü, werd ook nu weder beantwoord door de vraag, welke reden er zou bestaan, waarom personen, in dienst eener bijzondere onderneming geschikt, zouden ophouden geschikt te zn'n, wanneer zij ambtenaren worden van den Staat. Sommigen voegden er bü, dat door den aanleg van den Staatsspoorweg in het oosten van Java in beginsel voor zulk een aanleg is beslist, waarop echter werd geantwoord, dat dit beweren in het Voorloopig Verslag van 3 Januari 1878 geheel is ontzenuwd.

Sluiten