Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaan. Een abstract debat over de voor- en nadeelen van de twee stelsels van spoorwegaanleg schijnt werkelijk op dit oogenblik misplaatst.

Alleen dan zou men zich misschien tegen de verdere toepassing van het stelsel van Staatsaanleg kunnen verzetten zonder ten eenen male te reageren tegen de beslissing van 1875, wanneer men in staat was aan te toonen dat sedert 1875 een goede grondslag voor het uitgeven van concessiën gevonden was en de Regering het dus geheel in hare magt had om, zoodra zü' het wenschte, aan Java de noodige spoorwegen te bezorgen met benuttiging van de particuliere nyverheid. Maar dit is immers niet het geval. Integendeel is het steeds duidelijker gebleken dat alleen dan op eene geregelde voorzetting van den spoorwegbouw op Java mag gerekend worden, wanneer men getrouw blgft aan het stelsel van Staatsaanleg.

Dat in de min gunstige finantiele omstandigheden van het oogenblik eene reden gevonden zou moeten worden om aan het stelsel van concessiën met rentegarantie de voorkeur te geven, kan niet worden toegestemd. Zoolang de Staat beschikt over de noodige middelen om de uitgaven voor den spoorwegbouw te bestrijden, kan er geen finantieel voordeel in gelegen zijn om hooge rente te betalen aan eene maatschappü die haar eigen of een door haar opgenomen kapitaal voor den spoorwegbouw beschikbaar stelt. En als de Staat zelf voor den spoorwegbouw geld leenen moet, zal hü er altijd minder rente voor behoeven te betalen dan hü aan, eene maatschappü zou moeten garanderen. Hierbü komt, — zooals reeds werd opgemerkt in de hooger aangehaalde Memorie van Antwoord (gedr. stukken 1877-1878, 28 No. 2), — dat het juist in de min gunstige finantiele omstandigheden van het oogenblik niet zonder bedenking zou zün om den Staat voor eene verre toekomst en voor hoogst aanzienlijke sommen tegenover particuliere maatschappü en te verbinden. Juist nu zouden er vbor den Staat redenen te over zün, om de voortzetting van den spoorwegbouw in eigen handen te houden, al konden concessiën worden uitgegeven op grondslagen, die in andere omstandigheden geene bedenkingen zouden ontmoeten.

Dat de aanleg van spoorwegen voor rekening van den Staat niet noodwendig er toe behoeft te leiden dat de spoorwegen ook van Staatswege geëxploiteerd worden, zal wel geen opzettelijk betoog vorderen, na het voorbeeld, dat daarvan hier te lande is gegeven. Het is dan ook — gelijk elders reeds gezegd werd — de bedoeling van de tegenwoordige Regering om, zoo maar eenigszins mogelijk, de exploitatie der spoorwegen op Java aan de particuliere ny'verheid toe te vertrouwen. „Maar op de Indische begrooting voor 1878" — zegt het Voorloopig Verslag — „zü'n dan toch op de onderafdeeling 86a van hoofdstuk II ƒ 180.000 uitgetrokken voor Staatsexploitatie, bepaald van de lyn Soerabaüa-Pasoe„roean-Malang". Natuurlük, want de exploitatie dier lü'n van Staatswege was reeds voorbereid toen het tegenwoordig Kabinet optrad en daaraan viel

Sluiten