Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mers, zij houdt verband met — doch maakt geen melding van — besprekingen die tusschen den Minister en het bestuur der Maatschappij gevoerd zjjn over eenige punten, wier regeling de Regering in geen geval van de onderhandelingen over eene nieuwe concessie zou willen afscheiden.

Bij vergelijking van de medegedeelde stukken met de Koloniale Verslagen (1875 blz. 139 en 1877, blz. 153) zal men ontwaren dat de Kamer door de Regering volledig op de hoogte is gehouden van hetgeen op het gebied der concessie-aanvragen voorviel. Er kan op gerekend worden dat dit ook in 't vervolg zal geschieden.

Ook wat de kosten der lijn Soerabaija-Pasoeroean-Malang betreft, heeft de Regering het niet aan inlichtingen laten ontbreken. Men vindt dienaangaande in de bijlage BB (bldz. 10|11) van het jongste Koloniaal Verslag vermeld, dat tot 31 Mei 1877 in Indie voor die lh'n was uitgegeven ƒ 3.488.348, en dat destijds de totale kosten der lijn konden worden geschat op ƒ 9.581.991 of ruim ƒ 400.000 minder dan'de vroeger begroote som van ƒ 10.000.000.—.

De meening, dat de lijn Soerabaija-Pasoeroean-Malang thans reeds geheel voltooid zou zhn, berust op een misverstand. De spoorweg van Soerabija naar Pasoeroean zal vermoedelijk in de volgende maand zoo ver voltooid zijp, dat met de exploitatie tusschen de twee genoemde hoofdplaatsen (64 kilometers) een aanvang kan worden gemaakt. De zijtak van Bangil naar Malang (48 kilometers) zal echter eerst in het begin van 1879 gereed kunnen komen. (Verg. de aangehaalde bijlage BB van het Koloniaal Verslag, bladz. 11).

§ 4. De spoorweglijn Buitenzorg-Bandong-Tjitjalengka. Dat de verlenging der lijn Batavia-Buitenzorg voor rekening van den Staat niet mogelijk zou wezen als de Staat niet eerst in het bezit dier lijn was gekomen, is, wel verre van „tot nu toe steeds begrepen" te zijn, zoo als in het Voorloopig Verslag gezegd wordt, naar het beste weten van den ondergeteekende tot dusverre nog nimmer beweerd. Zoodanige bewering zou trouwens ook niet zijn vol te houden. Men kan meenen dat er voor dehgene, die een spoorweg bouwen moet in het verlengde van de lijn Batavia-Buitenzorg, een voordeel in kan liggen om eigenaar van die lijn te zijn, maar onmisbaar kan haar bezit voor hem niet geacht worden, want hij kan haar gebruiken ook wanneer zij door een ander wordt geëxploiteerd. De vorige Minister van Koloniën gaf dan ook reeds (zoo als in de Memorie van Toelichting werd herinnerd) als zijne overtuiging te kennen, dat een spoorweg van Buitenzorg naar de Preanger regentschappen door den Staat zou moeten worden gebouwd, „onverschillig of de lijn Batavia-Buitenzorg in handen van het Gouvernement kwam of niet". En dat in Indie niet anders over de zaak is gedacht, kan blijken uit .de voorstellen betreffende den aanleg der lijn Buitenzorg-Tjitjalengka voor

Sluiten