Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaat, van het nieuwe middel van gemeenschap druk gebruik maken § 8. Tegen den vorm van het eenig artikel van het wetsontwerp werd de bedenking gemaakt, dat daaruit volstrekt 'niet blijkt dat de verhooging der Indische begrooting bestemd is voor den aanleg'van den spoorweg Madioen-Soerakarta. De toe te stane gelden zouden even goed voor lederen anderen spoorweg op Java als voor dezen kunnen worden gebruikt. Nu verliest men niet uit het oog, dat de te verhoogen onderafdelingen van de beide hoofdstukken der begrooting insgelijks niet aangeven, voor welke spoorwegen de daarbij uitgetrokken sommen dienen moeten Maar er is dan toch meermalen op aangedrongen, dat, op het voorbeeld der spoorwegbegrooting van het moederland, ook voor Indië eene splitsing plaats hebbe, waaruit blijkt,, wat voor elk spoorwegvak bestemd is. Een vorig Minister van Koloniën heeft het maken van dergelijke splitsing toegezegd, en er werd dan ook bij de wet van 6 Junn 1878 (^mtsblad No. 93) uitgedrukt, ten behoeve van welke spoorwegvakken de daarbn vastgestelde verhooging der Indische begrooting zou moeten

Aldus vastgesteld den 20sten April 1880.

FRANSEN VAN DE PUTTE. VAN GENNEP. MIRANDOLLE. KEUCHENIUS. VAN KERKWIJK.

12

Sluiten