Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏÏÏSJÏÏf w ^ Sidhoa^°-Madioen tot Soerakarta zal worden

v rT we^ ^ ~*

komsten iTp^l^ ^ md> Was <* d* ^de uit-

Daar het voorgedragen wetsontwerp alleen den aanleg en niet de : ^ ^^akarta betreft, zou misschln met stS zwygen kunnen worden voorbijgegaan wat in het Voorloop* V^X over de exploitatie gezegd wordt. De ondergeteekende rneeZ'J^l met verwnzigmg naar bladz. 19 der Memorie van Antwoord op het Voorloop* Verslag betreffende de Indisehe begrooting voor 1880 (ad onderaf 83) - te moeten opmerken dat wel degelijk door de wetgevende magt eene beslissing is genomen aangaande de wijze van exploitatie der Staatsspoorwegen op Java. otaais

De in het Voorloopig Verslag voorkomende retrospective beschouwingen over het op den 24sten Mei 1878 verworpen wetsontwerp tot bekrachtiging van eenige met de Nederlanjdsch-Indische Spoorwegmaatschappü aangegane overeenkomsten vereischen uit haren aard geen antwoord van de Regering, maar ter voorkoming, van verkeerde indrukken is het misschien niet onnuttig hier aan te stippen dat tot dusver geen reden is gegeven voor de verwachting dat de Staat „binnen betrekkelijk korten tijd het kapitaal zal terugontvangen 't welk hij in den partikuIieren spoorweg Samarang-Vorstenlanden gestoken heeft. De schuld van de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij aan den Staat wegens rentelooze voorschotten is tot in 1875 steeds toegenomen en bedroeg bij het einde van dat dienstjaar ƒ 3i334.429.66*. Van 1876 af heeft de Maatschappü steeds de nieuwe voorschotten, die zij jaarlijks ontving, kunnen

To^f^ maar V°0r de deIging van de «enoemde schuld ad ƒ d.334.429,06* heeft zy in 1876-1878 nog slechts ƒ 33.283,22 aan den Staat afgedragen (in 1876 ƒ 28.294,22, in 1877 niets, in 1878 ƒ 4989) In betrekkelijk korten tijd zal die schuld zeker niet afbetaald zijn.

In het laatste gedeelte der tweede paragraaph van het Voorloopig Verslag wordt de ondergeteekende herinnerd aan de toezegging die hu" bh' de behandeling der jongste Indische begrooting deed, om opgaven te verstrekken betreffende de kosten van aanleg en betreffende de productiviteit der lijn Soerabaija-Pasoeroean-Malang. Hij is in staat om aan die toezegging te voldoen.

De kosten van aanleg en uitrusting der genoemde lh'n, die op ƒ 10.000.000 werden geraamd toen aan de wetgevende magt het voorstel werd gedaan om haar van Staatswege te doen bouwen, hebben in werkelijkheid bedragen ƒ 9.490.000, dat is ƒ 84.732 per kilometer. De geheele spoorweg heeft eene lengte van 112 K.M., waarvan 63 K.M. vlakteen van Soerabah'a langs Bangil tot Pasoeroean en 49 K.M. berglhn van Bangil tot Malang.

Sluiten