Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eemgzins vruchtbare vergelijkingen tusschen de kosten en de opbrengsten der exploitatie, of tusschen de kosten van aanleg en de nettowinst op de exploitatie zullen eerst na het eindigen van 1880 te maken zyn.

Voor zoover dienaangaande reeds over 1878 gegevens verstrekt konden worden, vind, men die in het jongste Koloniaal Verslag (Bladz. 136 en bylage AA), waaruit blijkt dat in genoemd jaar de kosten der exploitatie 48,74 pet. van de bruto opbrengsten hebben bedragen, wat voorzeker eene gunstige verhouding is voor een eerste exploitatiejaar.

§§ 3 en 4. Sommige leden hebben gemeend „met kracht te moeten opkomen tegen gezegden der Memorie van Toelichting, Waaruit af te leiden ware, dat de aanleg der lyn Madioen-Soerakarta reeds bij vroegere gelegenheden, ook van de zijde der Kamer, in beginsel was beslist" De ondergeteekende weet echter niet, waar één gezegde van dien aard in de Memorie van Toelichting is te vinden.

Daarin is slechts verwezen naar de voorstellen, welke ten opzigte van den aanleg dezer lijn vroeger aan de Kamer zyn gedaan. Aan de bedenkingen, welke by de behandeling dier voorstellen van de zyde deiKamer zyn vernomen, had de ondergeteekende alle aandacht gewijd vóór de indiening der tegenwoordige wetsvoordragt, en daarom is in § 3 der Memorie van Toelichting meer bijzonder in het licht gesteld dat de lyn Madioen-Soerakarta aanbeveling verdient, ook van het standpunt dergenen die by den bouw van spoorwegen op Java slechts gelet wilden hebben op het belang om de plaatsen van productie in communicatie te brengen met de afvoerhavens en om het verkeer van de inlandsche bevolking te bevorderen.

Wanneer de lyn aan deze desiderata voldoet, dan kan het zeker niet schaden, maar zyn het slechts zoovele voordeelen te meer, indien zij tevens reeds bestaande spoorwegen verbindt, het algemeen handelsverkeer bevordert, en er toe bijdraagt om de Regering in de gelegenheid te stellen 's lands strijdkrachten naar de behoeften van het oogenblik zoo goed mogelijk te benuttigen.

Men moge het tot stand brengen eener stamlijn over geheel Java niet beschouwen als het hoofddoel waarnaar gestreefd moet worden, — Wanneer achtereenvolgens lijnèn worden aangelegd die ieder op zich zelve voldoen aan de eischen welke men meent in de eerste plaats aan de spoorwegen op Java te moeten stellen, en deze lynen te zamen ten slotte eene doorloopende verbinding over het geheele eiland vormen, zal men daartegen toch wel geen bezwaar hebben.

Dat de lijn Madioen-Soerakarta inderdaad behoort tot de spoorwegen welke noodig zijn ter verbinding van de plaatsen van productie met de afvoerhavens, moet worden volgehouden ook tegenover de twijfelingen

Sluiten