Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toelichtingen op het contract van verhuur van de Concessie BataviaBuitenzorg.

Art. 1.

Wij namen als basis voor de berekeningen aan de uitkomsten deiexploitatie van 1879. In dat jaar was de netto ontvangst ƒ 381000.— waarvan een gedeelte is gebruikt om het Reservefonds aan te vullen en aan de Aandeelhouders toegewezen werd ƒ 317000.—

Indien de staat dat jaar geëxploiteerd had, zou niet zijn uitgegeven

voor:

Algemeene kosten ƒ 19.708.16

den Chef der exploitatie » 13.645.—

„ 3.224.04

de Chefs der Afdeelingen » 5.500.77

„ 4.207.29

den Telegraaf opzichter » 3.900.—

ƒ 50.185.26

en bovendien de kosten van de werkplaats, van het personeel en rollend materieel, dat dan te veel zou zn'n, kosten die te veel verdeeld zijn op verschillende hoofden om in cijfers te brengen en daarom buiten rekening worden gelaten.

Daarentegen zou de Staat meer hebben uitgegeven ƒ 14.374.37, voor vernieuwing van den bovenbouw, omdat de Staat geen Reservefonds heeft.

Er blijft dus over ƒ 35.810.89 als mindere uitgaven, zoo dat de winst zou geweest zn'n in ronde cijfers:

ƒ 381.000. h / 36.000.— = ƒ 417.000.—

Waar af de huur ad „ 323.000.—

blijft ƒ 94.000.—

als winst voor den Staat in 1879.

Over 1880 is de bruto ontvanst ± ƒ 50.000.— grooter en zou dus de Staat minstens (50 percent als exploitatiekosten nemende) ƒ 25.000.— meer winnen, enz.

Van deze winsten moet echter nog afgetrokken worden de som die de Staat door de wijziging van Artikel 90 der concessie minder ontvangt dan nu. Hierover later.

Sluiten