Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 18.

§ 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 22 van het Algemeen Reglement voor de spoorwegdiensten in Nederlandsch-Indië (Indisch Staatsblad 1895 no. 300), welke bepaling geacht wordt ook voor dezen tramweg van toepassing te zyn, behoudens verkorting van den in de eerste alinea genpemden termijn van twintig jaren tot tien, — is het Gouvernement van Nederlandsch-Indië bevoegd ten allen tijde den tramweg ten behoeve van den Lande te naasten tegen den hieronder aangegeven instede van den volgens het aangehaalde artikel berekenden prijs.

Het voornemen tot naasting zal ten minste drie maanden te voren ter kennis van de in' art. 16 bedoelde vennootschap gebracht worden. Deze kennisgeving verbindt de Regeering niet om tot naasting over te gaan. Zij wordt geacht niet te zn'n geschied, indien zij niet binnen één jaar door naasting is gevolgd.

§ 2. Bü' naasting verkrygt het Land, behalve den tramweg, alle onroerende en roerende in de uitoefening van het bedrijf der vennootschap gebruikt wordende of daarvoor bestemde goederen, welke bü het einde van het boekjaar, voorafgaande aan dat waarin het voornemen tot naasting wordt aangekondigd, aan haar in eigendom toebehoorden, met uitzondering van de effecten, van het contante geld en van de vorderingen der vennootschap op derden.

§ 3. De naasting geschiedt tegen betaling van vyf en twintig maal het bedrag van de door de in artikel 16 bedoelde vennootschap behaalde jaarlyksche winst.

Voor dat bedrag wordt genomen het gemiddeld jaarlyksch bedrag, hetwelk sedert de sluiting der in § 7 bedoelde bouwrekening, over de laatste tien boekjaren of, indien er nog geen tien jaren zyn verstreken, over al de boekjaren welke zyn voorafgegaan aan het tydstip waarop het voornemen tot naasting is aangekondigd, voor uitkeering aan aandeelhouders der vennootschap is beschikbaar gesteld en wegens rente van geldleeningen is uitbetaald verminderd met hetgeen wegens rente mede gemiddeld per jaar, door de vennootschap is ontvangen.

Indien ter bestrijding van kosten die met goedkeuring van den Gouverneur-Generaal aan uitbreiding van den tramweg of van het rollend materieel zyn besteed, eene geldleening is aangegaan of het aandeelenkapitaal is vergroot op een tydstip, later dan dat van den aanvang van het eerste boekjaar hetwelk bij de berekening van den naastingsprys in aanmerking komt, wordt bü' die berekening, over het tydvak, loopende van den aanvang van dat eerste boekjaar tot den dag waarop de rente der leening feitelijk is ingegaan of de eerste storting op de nieuwe aandeelen heeft plaats gehad, in rekening gebracht een bedrag van 4 % 'sjaars van de sommen welke aan de uitbreiding zyn ten koste gelegd.

Sluiten