Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ie. Voor zoover er niet reeds in voorzien wordt door de zooeven bedoelde toelichtende bescheiden:

eene opgaaf van de onroerende en roerende goederen, welke aan de vennootschap bij het einde van het jongst verloopen boekjaar in eigendom toebehoorden, voor zoover zij bestemd zijn om naar het bepaalde bij § 2 ingeval van naasting aan den Lande over te gaan;

2e. eene opgaaf behelzende: > a. het bedrag van het gestort maatschappelijk kapitaal; o. het bedrag der uitstaande geldleeningen;

c. het bedrag dat over het jongst verloopen boekjaar voor uitkeering aan aandeelhouders is beschikbaar gesteld;

d. het zuiver bedrag der over het jongst verloopen boekjaar uitbetaalde rente;

e. het bedrag dat over het jongst verloopen boekjaar wegens rente door de vennootschap is ontvangen;

f. het bedrag dat voor geautoriseerde uitbreidingen is uitgegeven;

g. het tydstip waarop de rente is ingegaan op obligatiën of de eerste storting heeft plaats gehad op aandeelen uitgegeven tot dekking der kosten van de onder ƒ bedoelde uitbreidingen;

h. de geschatte waarde of de verkregen verkoopopbrengst van de roerende of onroerende goederen, waarmede de eigendommen der vennootschap blijkens de onder le bedoelde opgaaf sedert het vorige boekjaar verminderd zijn.

De Gouverneur-Generaal (of do Minister van Koloniën) is, bevoegd zich van de juiste opmaking der hem voorgelegde stukken door vergelijking met de boeken der vennootschap te doen vergewissen, en deze is gehouden aan de van Regeeringswege tot deze vergelijking aangewezen gemachtigden alle inlichtingen te geven, welke deze zullen verlangen, zoomede inzage te geven van al hare boeken en van haar archief.

Na aCcoordbevinding worden door de vennootschap aangeboden twee op gezegeld papier geschreven exemplaren der sub 2de bedoelde opgaaf, welke vervolgens ha zoowel door den Gouverneur-Generaal (of door den Minister van Koloniën) als door het bestuur der vennootschap te zijn onderteekend tot grondslag strekt, wat het jongst verloopen boekjaar betreft, voor de berekening eventueel van de naastingssom.

Geschillen, die met betrekking tot de vaststelling der zooeven bedoelde opgaaf mochten ontstaan, zullen, zoo zij niet voor minnelijke oplossing vatbaar blijken, in hoogste instantie worden beslist door drie scheidsmannen, als goede mannen naar billijkheid rechtdoende, te benoemen, indien tusschen partijen geen overeenstemming dienaangaande verkregen wordt, ten verzoeke van de meest gereede partij, in Nederlandsch-Indië door het Hoog-Gerechtshof of het rechtscollege dat daarvoor in de plaats mocht treden, in Nederland door den Hoogen Raad.

Sluiten